Samenvatting
Staatssecretaris Aboutaleb en minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben op 18 november jongstleden het wetsvoorstel keuzemogelijkheid uitstel AOW naar Tweede Kamer toegezonden. Volgens het wetsvoorstel wordt het mogelijk om de ingangsdatum van de AOW maximaal vijf jaar uit te stellen in ruil voor een hogere AOW-uitkering. De ingangsdatum gaat momenteel nog standaard in op de eerste dag van de maand waarin men 65 jaar wordt. Ook kan men aangeven of men de AOW-uitkering geheel of gedeeltelijk wil ontvangen. De verhoging van het AOW-pensioen wegens uitstel is afhankelijk van de resterende levensverwachting in jaren zoals die geldt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Het verhogingspercentage volgt uit de verhogingsfactor die gelijk is aan LV/(LV-U), waarbij LV staat voor de resterende levensverwachting in jaren die geldt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, en U voor een twaalfde van het aantal maanden dat de AOW wordt uitgesteld. De verhoging geldt ook voor de eventuele partnertoeslag en de maandelijks uitbetaalde tegemoetkoming. Het wetsvoorstel treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking.
Volledig artikelDe Algemene Ouderdomswet (AOW) heeft tot doel de hele bevolking van Nederland te verzekeren tegen de financiële gevolgen van ouderdom. Als gevolg hiervan heeft elke verzekerde bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd recht op een AOW-pensioen. Wie tussen het 15de en 65ste jaar altijd verzekerd is geweest, krijgt het volle pensioenbedrag uitgekeerd. Voor elk niet verzekerd jaar, vindt een korting van 2% op het AOW-pensioen plaats. Ouderen met een gekort AOW-pensioen kunnen recht hebben op aanvullende bijstand.
Het AOW-pensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin men aan alle voorwaarden voldoet. Meestal is dat de maand waarin men 65 jaar wordt. De hoogte van het AOW-pensioen is afgeleid van het netto minimumloon en is afhankelijk van het aantal verzekerde jaren en de leefsituatie. De AOW maakt geen verschil tussen gehuwden, mensen die een geregistreerd partnerschap voeren en ongehuwden die een gezamenlijke huishouding met iemand anders voeren. Het AOW-pensioen voor een gehuwde of daarmee gelijkgestelde persoon bedraagt maximaal 50% van het netto-minimumloon. Een alleenstaande heeft recht op een AOW-pensioen van maximaal 70% van het netto-minimumloon per maand. Verder kent de AOW nu nog een inkomensafhankelijke partnertoeslag voor echtgenoten of partners van AOW-gerechtigden die jonger zijn dan 65 jaar en die lage eigen inkomsten of helemaal geen inkomsten hebben. Deze partnertoeslag vervalt voor personen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden. Daarnaast heeft iedereen die recht heeft op een AOW-pensioen eveneens recht op een tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming wordt samen met het AOW-pensioen maandelijks uitbetaald.
Momenteel wordt volledige pensionering bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar nog steeds als de norm gezien. Met de aankomende vergrijzing en verkleining van de beroepsbevolking vindt het kabinet het wenselijk dat meer ouderen aan de slag gaan of blijven. Ook de behoefte vanuit de samenleving om langer door te werken neemt toe. Het kabinet heeft 29 augustus 2008 aangegeven om op die behoefte te willen inspelen en heeft zich akkoord verklaard met een vorm van flexibilisering van pensionering, waarbij het werkelijk ingaan van pensioen meer dan nu een individuele keuze wordt, gebaseerd op fysieke en financiële mogelijkheden en wensen.
Staatssecretaris Aboutaleb en minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben op 18 november jongstleden de concrete maatregelen bekend gemaakt door het wetsvoorstel Keuzemogelijkheid uitstel AOW naar Tweede Kamer toe te zenden. We gaan op enkele onderdelen daarvan in.
Volgens het wetsvoorstel wordt het mogelijk om de ingangsdatum van de AOW maximaal vijf jaar uit te stellen in ruil voor een hogere AOW-uitkering. Ook kan men aangeven of men de AOW-uitkering geheel of gedeeltelijk wil ontvangen. De verhoging van het AOW-pensioen wegens uitstel is afhankelijk van de resterende levensverwachting in jaren zoals die geldt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Het verhogingspercentage volgt uit de verhogingsfactor die gelijk is aan LV/(LV-U), waarbij LV staat voor de resterende levensverwachting in jaren die geldt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, en U voor een twaalfde van het aantal maanden dat de AOW wordt uitgesteld. De verhoging geldt ook voor de eventuele partnertoeslag en de maandelijks uitbetaalde tegemoetkoming.
De keuze om het AOW-pensioen al dan niet uit te stellen, kan slechts eenmaal worden gemaakt. Na een keuze om de AOW niet uit te stellen, kan later, als de aangevraagde AOW al is ingegaan, niet alsnog uitstel worden verleend.
Wanneer men kiest voor uitstel van het AOW-pensioen, kan het AOW-pensioen tot uitbetaling komen op het moment dat men dit wenst en daartoe een verzoek indient bij de SVB. Uitbetaling van het AOW-pensioen kan niet eerder ingaan dan op de eerste dag van de maand waarin het verzoek is gedaan. Bij het verzoek om tot uitbetaling van de AOW over
te gaan, hoeft men geen reden voor zijn verzoek op te geven. Als geen verzoek tot beëindiging van het uitstel is ingediend, zal het AOW-pensioen uiterlijk tot uitbetaling komen met ingang van de maand waarin men de leeftijd van 70 jaar bereikt.
Gehele of gedeeltelijke uitstel van AOW heeft overigens geen gevolgen voor een belastingkorting in de inkomstenbelasting: de alleenstaande ouderenkorting. Uitstel van AOW kan in bepaalde situaties fiscaal voordelig zijn, bijvoorbeeld ingeval het inkomen tussen het 65ste en 70ste levensjaar dermate hoog is dat de top van het inkomen in een hogere tariefschijf terecht komt ten opzichte van latere jaren.
Het wetsvoorstel treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking.
Bron: Tweede Kamer, 18-11-2008, 31780 nrs 1-3.