Ontbreken van documentatie over in gebreke zijn bij premieafdracht leidde tot verval van inlenersaansprakelijkheid

21 juni 2007

Samenvatting

Als een ondernemer of onderneming (hierna: ondernemer) voor de bedrijfsvoering werknemers inleent van een derde, die de loonbelasting en sociale verzekeringspremies van deze werknemers niet afdraagt, dan kan de ondernemer onder omstandigheden daarvoor inlenersaansprakelijk worden gesteld. Daarbij moet vaststaan dat de uitlener in gebreke is gebleven in de afdracht van premies van de uitgeleende arbeidskrachten. Ontbreken de daarvoor benodigde stukken dan kan dit leiden tot verval van de inlenersaansprakelijkheid. Illustratief hierbij is een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de inlenersaansprakelijkheid voor niet afgedragen premies werknemersverzekeringen. De onderhavige procedure heeft nog betrekking op de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen. Deze is per 1 januari 2006 vervallen, omdat de belastingdienst vanaf die datum ook de premies voor de werknemersverzekeringen heft en int. De regels van de Invorderingswet (met onder meer de bepalingen over de diverse aansprakelijkstellingen) zijn op deze premies van overeenkomstige toepassing. Dit houdt in dat de ontvanger in de eerste plaats bij de belastingschuldige zelf alle verhaalsmogelijkheden moet beproeven - tenzij blijkt dat die vruchteloos zullen zijn - alvorens een derde aansprakelijk te kunnen stellen. In de onderhavige uitspraak voor de Centrale Raad van Beroep was niet voldoende documentatie over de verhaalsmogelijkheden bij de uitlener zelf voorhanden om vast te stellen dat de uitlener in gebreke was gebleven.

Volledig artikel

Als een ondernemer of onderneming (hierna: ondernemer) voor de bedrijfsvoering werknemers inleent van een derde, die de loonbelasting en sociale verzekeringspremies van deze werknemers niet afdraagt, dan kan de ondernemer onder omstandigheden daarvoor inlenersaansprakelijk worden gesteld. Of sprake van aanneming van werk of van inlening van arbeid, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Indien deze derde (de uitlener) ter zake van de voor de ondernemer verrichte werkzaamheden niet de verschuldigde belastingen en sociale verzekeringspremies afdraagt, kan de ontvanger deze belastingen en premies onder voorwaarden verhalen bij de ondernemer (de inlener). De ondernemer heeft daarbij wel het recht om gedetailleerd inzage te krijgen voor welk bedrag hij aansprakelijk is gesteld en hoe dat bedrag is opgebouwd. Ontbreken de daarvoor benodigde stukken dan kan dit leiden tot verval van de inlenersaansprakelijkheid. Illustratief hierbij is een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de inlenersaansprakelijkheid voor niet afgedragen premies werknemersverzekeringen. De zaak was kort weergegeven als volgt.

Twee ondernemers waren in 2004 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) inlenersaansprakelijk gesteld. De aansprakelijkheid had betrekking op niet afgedragen premies werknemersverzekeringen van een vennootschap onder firma (hierna: vof) waarvan werknemers bij de ondernemers in 1998 werkzaamheden hadden verricht. De ondernemers maakten bezwaar tegen de aansprakelijkstelling. Zij stelden onder meer dat geen sprake was van inlening van arbeidskrachten. De zaak kwam voor Rechtbank Dordrecht.

De rechtbank verzocht het UWV om enige stukken te overleggen. Het betroffen:
- de premienota’s (werknemersverzekeringen) die de vof onbetaald had gelaten;
- de correspondentie waaruit blijkt dat er geen verhaal mogelijk is op de firmanten van de vof;
- de rapportages die zijn opgemaakt naar aanleiding van de verhaalsonderzoeken.

Het UWV berichtte de rechtbank dat de gevraagde stukken niet meer konden worden achterhaald. Dit leidde ertoe dat de rechtbank de inlenersaansprakelijkheid vernietigde. De rechtbank was van oordeel dat het niet onaannemelijk was dat toch sprake was van inlening van arbeidskrachten. De regelgeving voor inlenersaansprakelijkheid is in dat geval van toepassing. Vervolgens was het van belang om vast te stellen in hoeverre de uitlener (de vof) in gebreke is gebleven met de betaling van de premienota’s. In dat verband verzocht de rechtbank het UWV de gevraagde documentatie toe te zenden. Volgens de (toenmalige) wetsbepaling in de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen (CSV) over inlenersaansprakelijkheid is het een vereiste dat wordt vastgesteld dat de uitlener in gebreke is gebleven voordat in de inlener aansprakelijk kan worden gesteld. Het UWV kon echter de daarvoor benodigde documentatie niet overleggen. Daarmee verviel de basis voor de inlenersaansprakelijkheid.

In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep overlegde het UWV enige ‘systeemprints’ van de oorspronkelijke premienota’s waarop de factuurdatum, de premiepercentages en de verschuldigde premiebedragen stonden vermeld. Dit bleek evenwel niet afdoende. Het was nog steeds niet uit de systeemprints af te leiden of en in hoeverre de vof in gebreke was gebleven met de afdracht van premies van door haar aan de ondernemers uitgeleende arbeidskrachten. De prints waren niet specifiek genoeg. Het was voorts gebleken dat de vof in 1998 nog wel substantiële bedragen aan premies had afgedragen. Daarmee kwam ook de omvang van het bedrag van de aansprakelijkstelling in discussie omdat het UWV bepaalde veronderstellingen had gemaakt bij het bedrag van niet-betaalde premies. Kortom het was nog steeds niet komen vast te staan in hoeverre de vof in gebreke was gebleven.

Ook de Centrale Raad van Beroep kwam daarom tot het oordeel dat de ondernemers ten onrechte inlenersaansprakelijk waren gesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde hiermee -op iets andere gronden- de uitspraak van de rechtbank.

Opmerking
Vanaf 1 januari 2006 heft en int de belastingdienst ook premies voor de werknemersverzekeringen. De regels van de Invorderingswet (onder meer over de diverse aansprakelijkstellingen) zijn op deze premies van overeenkomstige toepassing. Dit houdt in dat de ontvanger in de eerste plaats bij de belastingschuldige zelf alle verhaalsmogelijkheden moet beproeven - tenzij blijkt dat die vruchteloos zullen zijn - alvorens een derde aansprakelijk te kunnen stellen. De onderhavige uitspraak van de Centrale Raad van Beroep past binnen dit kader.

Op 19 juli 2004 heeft Hof Arnhem in soortgelijke zin beslist over de inlenersaansprakelijkheid van niet afgedragen loonbelasting en premies volksverzekeringen.

Bron: Centrale Raad van Beroep 3-5-2007, 05/7290 CSV + 05/7298 CSV, LJN BA7287 (gepubliceerd op 14-6-2007).