Hof doet einduitspraak in procedure over Nederlandse strijdige emigratieheffing

11 september 2007

Samenvatting

Hof Arnhem heeft einduitspraak gedaan in een roemruchte procedure over de verenigbaarheid van de (inmiddels gewijzigde) Nederlandse emigratieheffing met het EG-recht. De procedure betrof een Nederlander die in 1997 naar Groot-Brittannië verhuisde. De man kreeg een conserverende aanslag over de waarde van aanmerkelijkbelangaandelen waarvoor hij zekerheden moest stellen. Het EG Hof van Justitie (hierna: EG-Hof) had in 2006 aangegeven op welke punten de toenmalige regeling in strijd kwam met het EG-recht. Hof Arnhem heeft daarop het conserverende deel van de aanslag vernietigd. Het hof zag geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Bij de invoering van de (wettelijke) eis van zekerheidsstelling stond allerminst vast dat die eis in strijd zou zijn met het beginsel van vrijheid van vestiging uit het EG-verdrag. Pas na een uitspraak van het EG-Hof van 11 maart 2004 ontstond hierover duidelijkheid. Hof Arnhem kende de man voorts een forfaitaire proceskostenvergoeding toe.

Volledig artikel

Hof Arnhem heeft einduitspraak gedaan in een roemruchte procedure over de verenigbaarheid van de (inmiddels gewijzigde) Nederlandse emigratieheffing met het EG-recht. Dit hof had op 27 oktober 2004 prejudiciële vragen gesteld aan het EG Hof van Justitie (hierna: EG-Hof).
 
De procedure betrof kort gezegd een Nederlander die in 1997 naar Groot-Brittannië was verhuisd. De man kreeg een conserverende aanslag over de waarde van aanmerkelijkbelangaandelen waarvoor hij zekerheden moest stellen.
 
Het EG-Hof had in zijn arrest van 7 september 2006 aangegeven welke onderdelen van de emigratieheffing in kwestie gezamenlijk maken dat het systeem in strijd komt met het EG-recht. Dat is het geval bij:
1. een belastingheffing over de waardeaangroei in geval van verlegging van de woonplaats van een belastingplichtige van die lidstaat naar het buitenland;
2. het verlenen van uitstel van betaling van deze belasting onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld;
3. het niet volledig rekening houden met waardeverminderingen die na de verlegging van de woonplaats van de belanghebbende kunnen optreden en die niet in aanmerking worden genomen door de lidstaat van ontvangst.
 
Hof Arnhem stelde aan de hand van de richtlijnen van het EG-Hof en de feiten in de onderhavige procedure vast dat de Nederlandse emigratieheffing -zoals die in 1997 luidde- op alle drie onderdelen in strijd kwam met het EG-recht. Hof Arnhem vernietigde daarop het conserverende deel van de aanslag.
 
Het hof zag geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Bij de invoering van de (wettelijke) eis van zekerheidsstelling stond allerminst vast dat die eis in strijd zou zijn met het beginsel van vrijheid van vestiging uit het EG-verdrag. Pas na een uitspraak van het EG-Hof van 11 maart 2004 ontstond hierover duidelijkheid, aldus het hof. Hof Arnhem kende de man voorts een forfaitaire proceskostenvergoeding toe.
 
Opmerking
Nederland heeft de emigratieheffing inmiddels drastisch aangepast. Zo hoeft vanaf 11 maart 2004 een emigrant die vertrekt uit Nederland en een conserverende aanslag krijgt opgelegd, geen zekerheid meer te stellen om uitstel van betaling te verkrijgen. Dit geldt echter alleen voorzover de emigrant naar een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte emigreert. Verder houdt Nederland voortaan ook rekening met waardedalingen van een aanmerkelijkbelangpakket na emigratie gedurende de tienjaarsperiode na emigratie. Deze laatste wijziging is gekomen bij de Wet overige fiscale maatregelen 2005.
 
Bron: Hof Arnhem, 31-8-2007, nr. 00/00191 (gepubliceerd 6-9-2007).