Nederlandse emigratieheffing in strijd met EG recht

13 september 2006

Samenvatting

Het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (EG-Hof) heeft onlangs het Nederlandse systeem van conserverende aanslagen beoordeeld voor zover deze aanslagen betrekking hebben op emigranten. Het gerechtshof in Arnhem had aan het EG-Hof zogeheten prejudiciële vragen gesteld om te vernemen of, en zo ja op welke punten, het Nederlandse systeem in strijd is met het EG-verdrag. De procedure betrof een Nederlander die in 1997 naar Groot-Brittanië verhuisde. De man kreeg een conserverende aanslag waarvoor hij zekerheden moest stellen. Na een andere uitspraak van het EG-Hof inzake een Franse conserverende aanslag had Nederland reeds de zekerheidstelling vrijgegeven. Het EG-Hof oordeelde nu dat een eventuele belemmering als gevolg van het stellen van zekerheid niet met terugwerkende kracht kan worden opgeheven door het vrijgeven van de zekerheid. Ook werd de heffing van belasting bij emigratie, al wordt voor de betaling uitstel verleend, als een onaanvaardbare belemmering gezien als niet volledig rekening wordt gehouden met waardedalingen die na de emigratie kunnen optreden.

Volledig artikel

Nederland legt aan emigrerende aanmerkelijkbelanghouders in beginsel een conserverende aanslag op over de waarde van de aandelen van hun in Nederland gevestigde vennootschappen. De conserverende aanslag is een belastingclaim die pas daadwerkelijk wordt geïnd als de aanmerkelijkbelanghouder binnen een bepaalde termijn na emigratie zijn aandelenbelang verkoopt.
 
Op 27 oktober 2004 heeft Hof Arnhem aan het Europese Hof van Justitie (EG-Hof) prejudiciële vragen gesteld om te vernemen of, en zo ja op welke punten, het Nederlandse systeem van conserverende aanslagen voor de directeur-grootaandeelhouder in strijd is met het EG-verdrag.
 
De procedure betrof een Nederlander die in 1997 naar Groot-Brittannië verhuisde. Omdat in de Nederlandse belastingwet bij emigratie een fictief vervreemdingsmoment van aanmerkelijk-belangaandelen aanwezig wordt geacht, kreeg de man een conserverende aanslag. Voor deze aanslag moest hij zekerheden stellen om uitstel van betaling te kunnen verkrijgen. Daarnaast bevatte de conserverende aanslag een hoog bedrag aan heffingsrente. De man meende dat de conserverende aanslag in strijd is met het EG-recht (EG-verdrag en diverse uitspraken van het EG-Hof) omdat de aanslag, mede gelet op de zekerheden die gesteld moeten worden om uitstel van betaling te krijgen, hem belemmeren in de ongestoorde uitoefening van rechten die volgen uit twee bepalingen uit het EG-verdrag. Het betreft:
1. de verdragsbepaling over het recht van vrij reizen en te verblijven op het grondgebied van de lidstaten, en
2. de verdragsbepaling over het recht van vrijheid van vestiging op het grondgebied van een andere lidstaat.
 
Het EG-Hof had reeds in het arrest ‘Hughes de Lasteyrie du Saillant’ geoordeeld dat het Franse systeem van conserverende aanslagen vrijheidsbelemmerend was en in strijd met het EG-recht. Aangezien het Nederlandse systeem van conserverende aanslagen minder vrijheidsbeperkend zou zijn was het arrest voor de Nederlandse belastingdienst geen aanleiding om af te zien van conserverende aanslagen. Wel werd aan de naar Groot-Brittanië verhuisde Nederlander meegedeeld dat hij de zekerheidsstelling als opgeheven kon beschouwen.
 
In navolging van advocaat-generaal Kokott heeft het EG-Hof nu bevestigd dat de Nederlandse conserverende aanslag een beperking van de vrijheid van vestiging opleverde. Het opleggen van een conserverende aanslag onmiddellijk voorafgaand aan het verleggen van de woonplaats naar een andere lidstaat is een inbreuk op de vrijheid van vestiging indien voor het verlenen van uitstel van betaling van deze aanslag zekerheidstelling wordt vereist en niet volledig rekening wordt gehouden met waardeverminderingen die zich kunnen voordoen na de emigratie.
 
Tot slot oordeelde het EG-Hof dat het vrijgeven van de zekerheid achteraf niet wegneemt dat sprake was geweest van een belemmering. Het in onderpand geven van aandelen kan het vertrouwen doen dalen in de solvabiliteit van de eigenaar aan wie daardoor mogelijk minder gunstige kredietvoorwaarden zullen worden aangeboden. Dergelijke gevolgen kunnen niet met terugwerkende kracht ongedaan worden gemaakt door het vrijgeven van de zekerheid. De schade die ontstaat door een in strijd met het EG-recht gevorderde zekerheidstelling kan aansprakelijkheid met zich brengen voor de lidstaat die deze zekerheid heeft gevorderd.
 
Opmerking
Het systeem van de Nederlandse conserverende aanslag bij emigratie naar een lidstaat was derhalve in strijd met het EG-recht omdat zekerheid werd geëist en omdat geen rekening werd gehouden met latere waardedaling. Inmiddels wordt, uitsluitend bij emigratie naar EU-lidstaten, geen zekerheid meer geëist.
 
Bron: Hof van Justitie, 7-9-2006, nr. C-470/04