Belasting op erven en schenken drastisch omlaag

27 oktober 2008



Volledig bericht

Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft op 14 april 2008 enige contouren bekendgemaakt van de nieuwe Wet schenk- en erfbelasting, die de opvolger moet worden van de bestaande Successiewet. Onlangs heeft hij gedetailleerde herzieningsmaatregelen ontvouwd. De herziening vindt overigens nog binnen de bestaande Successiewet plaats en richt zich vooral op een substantiële verlaging van de tarieven, een vereenvoudiging van de bestaande vrijstellingen en tariefstructuur, een nieuwe vormgeving van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit en maatregelen om specifieke ontgaansmogelijkheden tegen te gaan. Vrijwel alle tarieven gaan fors omlaag. De tarieven schenkingsrecht/successierecht voor partners en kinderen bedragen straks 10% over een belaste verkrijging tot € 125.000 en 20% vanaf dat bedrag. Het huidige maximumtarief voor deze eerste groep verkrijgers bedraagt thans 27%. Het tarief voor minder naaste familieleden (broers en zusters e.d.) en overige verkrijgers bedraagt straks 30% over een belaste verkrijging tot € 125.000 en 40% vanaf dat bedrag. Het huidige maximumtarief voor deze tweede groep bedraagt thans 53% respectievelijk 68%.
 
Ook de vrijstellingen in het successierecht en schenkingsrecht worden ingrijpend gewijzigd en in de meeste gevallen verhoogd. De vrijstellingsbedragen in het successierecht voor partners en kinderen gaan omhoog naar € 600.000 (2008: € 523.667) respectievelijk € 19.000 (in 2008 geldt een vrijstelling van € 10.150 voor kinderen van 23 jaar en ouder en gelden leeftijdsafhankelijke vrijstellingsbedragen voor kinderen jonger dan 23 jaar.) Het vrijstellingsbedrag successierecht voor overige verkrijgers zal € 2.000 gaan bedragen (2008: 1.942). De schenkingsrechtvrijstelling voor jaarlijkse schenkingen aan kinderen wordt licht verhoogd tot € 5.000 (2008: € 4.479) en voor een eenmalige schenking aan kinderen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar tot € 24.000 (2008: € 22.379). De bestaande drempelvrijstelling voor overige verkrijgers (2008: € 2.688) wordt omgezet in een voetvrijstelling van € 2.000. Een voetvrijstelling houdt in dat alleen van het bedrag boven het drempelbedrag wordt geheven, en niet - zoals bij een drempelvrijstelling - dat de vrijstelling geheel vervalt als de verkrijging boven het drempelbedrag uitkomt. Alle bestaande drempelvrijstellingen in het successierecht en schenkingsrecht (o.a. voor kinderen jonger dan 23 jaar en voor kinderen van 23 jaar en ouder) worden straks ‘voetvrijstellingen’ in plaats van ‘drempelvrijstellingen’.
 
De huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet is verbrokkeld in de wet opgenomen en staat bekend als ingewikkeld. De staatssecretaris wil de bepalingen van deze faciliteit samenvoegen en vereenvoudigen. Ook worden enige beleidsbesluiten over deze faciliteit in de wet opgenomen. Ook het systeem van de conserverende aanslagen (met name die bij de bedrijfsopvolgingsfaciliteit) blijkt in de praktijk administratief omslachtig te zijn, omdat het overgrote deel van de opgelegde conserverende aanslagen moet worden teruggedraaid aangezien de onderneming ten minste vijf jaar is voortgezet. De staatssecretaris wil overstappen naar een systeem waarbij alleen wordt geheven als een onderneming niet ten minste vijf jaar is voortgezet.
 
De staatssecretaris wil ook maatregelen invoeren voor doelvermogens waarmee een ongewenst heffingsvacuüm wordt gecreëerd in onder meer het successierecht en schenkingsrecht. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld de Anglo-Amerikaanse trust, de Nederlandse familiestichting en buitenlandse familiestichtingen, zoals Stiftungen en Anstalts, Antilliaanse stichtingen particulier fonds, foundations en Treuhands. De maatregelen beogen een jaarlijkse heffing van inkomstenbelasting of schenkingsrecht of successierecht mogelijk te maken. De staatssecretaris wil dit bereiken door het doelvermogen fiscaal te negeren. Ieder doelvermogen wordt daarbij toegerekend aan degene die het doelvermogen heeft ingesteld. Deze wordt geach t over de vermogensbestanddelen te blijven beschikken en bij hem worden de vermogensbestanddelen in de belastingheffing betrokken. Uitkeringen uit het doelvermogen worden aangemerkt als uitkeringen gedaan door de insteller. De begunstigden betalen dan schenkingsrecht tegen het tarief schenker-begunstigde en de uitkeringen vallen bij hen (afhankelijk van het type vermogensbestanddeel) vervolgens in box 1, 2 of 3.
 
Ook tegen enige andere specifieke besparingsmogelijkheden stelt de staatssecretaris maatregelen in het vooruitzicht, zoals constructies met levensverzekeringen en bij situaties waarbij met het leveringstijdstip van reeds verkochte vermogensbestanddelen wordt geschoven.
 
De staatssecretaris verwacht in de eerste helft van 2009 het wetsvoorstel tot aanpassing van de Successiewet in te dienen. De geplande datum van inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving is 1 januari 2010.
 
Bron: Ministerie van Financiën, 24-10-2008, nr. DB/2008/607U.


 
Contactinformatie
Redactie Belastingnieuws.nl
Tel:[31] 10 407 57 21
Gerelateerde trends & uitdagingen