Nieuw beleidsbesluit over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet

23 oktober 2007

Samenvatting

De Successiewet bevat een faciliteit voor de bedrijfsopvolging. De faciliteit is van toepassing op via vererving of schenking verkregen ondernemingsvermogen, aanmerkelijkbelangaandelen en daarmee vergelijkbare vermogensbestanddelen. De faciliteit bestaat uit een voorwaardelijke vermindering van het berekende successierecht en schenkingsrecht. De verkrijger(s) moet(en) de verkregen onderneming ten minste vijf jaar daadwerkelijk voortzetten. Verder bestaat voor de verkrijging van een bepaald deel van het verkregen ondernemingsvermogen een rentedragend uitstel van betaling voor een periode van maximaal tien jaar. Het Ministerie van Financiën heeft onlangs een nieuw beleidsbesluit uitgebracht met verduidelijkingen en een goedkeuring met betrekking tot de ‘toerekeningsregeling’ op verkregen aandelen in een houdstervennootschap om de bedrijfsopvolgingsfaciliteit ook op deze aandelen te kunnen toepassen. Verder bevat het besluit verduidelijkingen en een goedkeuring met betrekking tot de voortzettingseis van de bedrijfsopvolger. Het besluit is op 20 oktober 2007 in werking getreden. Alle nieuwe verduidelijkingen en goedkeuringen uit het besluit gelden echter met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002. Voor deze onderdelen kunnen zelfs onherroepelijk vaststaande aanslagen worden verminderd.

Volledig artikel

In de Successiewet bestaat een faciliteit om fiscale belemmeringen bij bedrijfsopvolgingen weg te nemen: de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Deze faciliteit is van toepassing op via vererving of schenking verkregen ondernemingsvermogen of aanmerkelijkbelangaandelen en daarmee vergelijkbare vermogensbestanddelen (hierna: ondernemingsvermogen) en waarbij verkrijger de onderneming ten minste vijf jaar daadwerkelijk voortzet.

De bedrijfsopvolgingsfaciliteit bestaat kort gezegd uit twee delen:

1. een voorwaardelijke vermindering van het verschuldigde successierecht of schenkingsrecht tot nihil na vijf jaar voor het verschil tussen de liquidatiewaarde en de lagere going-concernwaarde van het hierboven genoemde ondernemingsvermogen. Gedurende deze vijfjaarsperiode wordt een renteloos uitstel van betaling verleend. Daarnaast bestaat een aanvullende voorwaardelijke vermindering van het verschuldigde successierecht of schenkingsrecht voor 75% (tot 1 januari 2005: 30% en tot 1 januari 2007: 60%) van het resterende ondernemingsvermogen. Ook hier wordt gedurende de vijfjaarsperiode een renteloos uitstel van betaling verleend. Deze twee componenten worden aangeduid als de ‘voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde’. Indien de verkrijger van het ondernemingsvermogen de onderneming ten minste vijf jaar voortzet, wordt de vermindering van het successierecht of schenkingsrecht definitief.

2. een rentedragend uitstel van betaling gedurende maximaal tien jaar voor het gedeelte van het ondernemingsvermogen dat resteert nadat de waarde daarvan is verminderd met de onder 1. genoemde voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde. Deze tweede faciliteit staat bekend als de belaste geconserveerde waarde. Men zij erop bedacht dat de tweede faciliteit dus geen (voorwaardelijke) kwijtschelding is maar een rentedragend uitstel van betaling.
 
De hierboven genoemde bedrijfsopvolgingsfaciliteit wordt alleen op verzoek verleend. Het verzoek moet bij de aangifte successierecht of schenkingsrecht zijn gedaan maar uiterlijk tot het moment waarop de aanslag onherroepelijk vaststaat.
 
Het Ministerie van Financiën heeft onlangs een nieuw beleidsbesluit uitgebracht waarin onder meer twee eerdere besluiten van 15 november 2006  en 16 maart 2004  zijn overgebracht.
 
Het nieuwe beleidsbesluit bevat verduidelijkingen en een goedkeuring met betrekking tot de ‘toerekeningsregeling’ op verkregen aandelen in een houdstervennootschap om de bedrijfsopvolgingsfaciliteit ook op deze aandelen te kunnen toepassen. Een van de voorwaarden voor de toerekeningsregeling is dat de houdstervennootschap (mede) het beleid van de deelneming bepaalt. Vooruitlopend op een wetswijziging keurt de staatssecretaris van Financiën goed dat de toerekeningsregeling ook geldt als de erflater/schenker, die de aandelen in een houdstermaatschappij overdraagt, tot het tijdstip van de vererving of schenking middellijk ten minste 5% van het nominaal geplaatste kapitaal bezat in de deelneming van die houdstermaatschappij die een onderneming drijft (de werkmaatschappij).
 
Verder bevat het besluit verduidelijkingen en een reeds aangekondigde goedkeuring met betrekking tot de voortzettingseis van de bedrijfsopvolger. Zo keurt de staatssecretaris vooruitlopend op een wetswijziging goed dat de voortzettingseis van vijf jaar niet geldt voor het aandeel in een personenvennootschap dat een bedrijfsopvolger reeds zelf bezat. Dit aandeel kan de bedrijfsopvolger gedurende de vijfjaarsperiode zonder bezwaar overdragen.
 
Het besluit is op 20 oktober 2007 in werking getreden. Alle nieuwe verduidelijkingen en goedkeuringen uit het besluit gelden echter met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002. Voor deze onderdelen kunnen zelfs onherroepelijk vaststaande aanslagen worden verminderd.
      
Bron: Ministerie van Financiën, 10-10-2007, nr. CPP2007/383 (gepubliceerd 18-10-2007).