Samenvatting
Staatssecretaris De Jager heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven, dat hij bereid is om te bezien wat de mogelijkheden zijn voor een herziening van de huidige Successiewet. Deze wet is in zijn huidige opzet verouderd en gevoelig voor constructies. De staatssecretaris hoopt dat de herziening onder meer ertoe leidt tot een vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor het successie- en schenkingsrecht. Bij de herziening is de hoogte van de tarieven een belangrijk aandachtspunt, maar dit mag niet leiden tot een lagere opbrengst. Een substantiële tariefsverlaging zal slechts mogelijk zijn indien blijkt dat deze kan worden gefinancierd door grondslagverbreding of door een herschikking binnen de tariefstructuur. Eind 2006 is een rapport uitgebracht met vergelijkend onderzoek naar de successiewetgeving in acht EU-lidstaten: België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Oostenrijk en Zweden. Het rapport speelt mee in de afweging over een mogelijke herziening van de Successiewet.
Volledig artikelStaatssecretaris De Jager heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven, dat hij bereid is om te bezien wat de mogelijkheden zijn voor een herziening van de huidige Successiewet. Deze wet dateert uit 1956 en is in zijn huidige opzet verouderd en gevoelig voor constructies.
De staatssecretaris hoopt dat de herziening onder meer ertoe leidt tot een vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor het successie- en schenkingsrecht. Bij de herziening is de hoogte van de tarieven een belangrijk aandachtspunt. Het hoogste tarief in de Successiewet bedraagt thans 68% (jaar 2007).
Een herziening van de tarieven mag niet leiden tot een lagere opbrengst. In 2005 bracht het schenkings- en successierecht tezamen ca. € 1,7 mld op. Een substantiële tariefsverlaging zal slechts mogelijk zijn indien blijkt dat deze kan worden gefinancierd door grondslagverbreding of door een herschikking binnen de tariefstructuur.
Eind 2006 is een rapport uitgebracht met vergelijkend onderzoek naar de successiewetgeving in acht EU-lidstaten: België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Oostenrijk en Zweden. Tussen de lidstaten bestaan wat betreft de heffingsgrondslag en tarieven aanzienlijke verschillen. Enkele Europese landen schaften in de afgelopen vijf jaren de schenkings- en successierechten af. Het betreft Zweden, Portugal en Rusland.
De opstellers van het rapport hebben aangegeven, dat niet op lichtvaardige wijze conclusies mogen worden verbonden aan de bevindingen. Men kan niet op basis van één enkel overzicht van de van toepassing zijnde tarieven concluderen dat tarieven van een bepaald land laag of hoog zijn, of indien in een bepaald land geen successiebelastingen bestaan, dat dit positief is voor de inwoners van dat land en/of dat dit zal leiden tot een vlucht van vermogende particulieren uit een land met een hoog tarief. Een evenwichtige conclusie kan pas worden getrokken als wordt gelet op het totale belastingsysteem met jaarlijks terugkerende (inkomens- en vermogensgerelateerde) belastingen. Daarnaast is het belangrijk om belastingfaciliteiten in aanmerking te nemen zoals het belastingvrij kunnen schenken van hand tot hand en rekening te houden met een eventuele bedrijfsopvolgingsfaciliteit.
De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij het rapport meeneemt in de afweging over een mogelijke herziening van de Successiewet.
Bron: Ministerie van Financiën, 5-7-2007, nr. DB07-284.