Nieuwe toelichting op aftrek ziektekosten en scholingsuitgaven

20 februari 2004

Samenvatting

Het Ministerie van Financiën heeft een toelichting gegeven op enkele vragen die betrekking hebben op de aftrek van ziektekosten en de aftrek van scholingsuitgaven. De situaties die betrekking hebben op de ziektekosten betreffen: de samenloop in enig jaar van de particuliere ziektekostenverzekering en de naderhand blijkend verplichte ziekenfondsverzekering van een zelfstandige en de medicinaal verstrekte cannabis. De situaties die betrekking hebben op de scholingsuitgaven betreffen: diverse kosten gemaakt ter gelegenheid van een academische promotie; de aftrek van rentekosten in het jaar 2001 (of later) van studieleningen die vóór 2001 zijn aangegaan, maar waarvan de lening deels voor en deels na 1 januari 2001 is opgenomen.

Volledig artikel

Het Ministerie van Financiën heeft een toelichting gegeven op enkele vragen die betrekking hebben op de aftrek van ziektekosten en de aftrek van scholingsuitgaven.
 
De vragen die betrekking hebben op de ziektekosten betreffen de volgende situaties:
 
1. Samenloop particuliere ziektekostenverzekering en ziekenfondsverzekering van een zelfstandige
Een zelfstandige is verplicht verzekerd voor de Ziekenfondswet. Hij is al jaren particulier verzekerd en betaalt in enig jaar op aanslag de premie Ziekenfondswet. Hij heeft zich (nog) niet aangemeld bij het ziekenfonds. In zo'n situatie mag hij in het betreffende jaar zowel de premie Ziekenfondswet als de premies particuliere ziektekostenverzekering aanmerken als ziektekosten. De ziektekosten zijn aftrekbaar boven het zogeheten drempelbedrag.
 
2. Medicinaal verstrekte cannabis
Een patiënt is ernstig ziek en gewone pijnbestrijdingsmiddelen helpen onvoldoende. Cannabis helpt wel. De cannabis wordt door de behandelde arts voorgeschreven en door een apotheek geleverd. De verzekering vergoedt de kosten niet. De kosten zijn aftrekbaar voor zover sprake is van ziekte en een behandeld arts de cannabis heeft voorgeschreven en de kosten niet zijn vergoed. Het is daarbij nodig om de betalingsbewijzen te bewaren.
 
3. Kosten in verband met promotie
Een promovendus heeft diverse kosten gemaakt voor zijn academisch promotie. De promotie leidt tot een verbetering van de financieel-economische positie van de promovendus. Tot de kosten behoren onder meer de huur van gelegenheidskleding voor hemzelf en de paranimfen en de kosten van de receptie aansluitend op de promotieplechtigheid. De genoemde kosten zijn kosten die verbonden zijn aan de promotie als academische plechtigheid en zijn in dat geval aftrekbaar als scholingsuitgaven.
 
4. Aftrek van rentekosten van geldlening die vóór 2001 is afgesloten
Een student is in het jaar 2000 een lening aangegaan om daarmee zijn vliegeniersopleiding te financieren. Eind 2000 heeft hij een gedeelte van de totale leningsfaciliteit opgenomen. In 2001 nam hij het restant op. Het hele bedrag heeft hij besteed aan de opleiding. In 2001 betaalde hij rente. Hij kan niet de totale in 2001 betaalde rente als scholingsuitgaven in aftrek brengen, maar alleen het deel van de lening dat hij al in 2000 voor zijn opleiding had opgenomen. Deze regel geldt voor de jaren 2001 tot en met 2005.
 
5. Moermandieet in 2004 aftrekbaar volgens forfaitair bedrag
De kosten van een op medisch voorschrift gehouden dieet vormen tot bepaalde vastgestelde bedragen aftrekbare uitgaven van ziekte als de kosten het drempelbedrag van € 113 hebben overschreden. De kosten van een Moermandieet vallen in de categorie oncologische diëten. Daarvoor geldt in 2004 een aftrekbedrag van € 1.142.
 
Algemene opmerkingen over scholingsuitgaven en dieetkosten
a. Scholingsuitgaven
Scholingsuitgaven zijn (in het jaar 2004) aftrekbaar voor zover deze hoger zijn dan € 500 en niet hoger zijn dan € 15.000. De scholingsuitgaven moeten daadwerkelijk op u of uw partner 'drukken' dat wil zeggen ten laste van u of uw partner zijn gekomen. Dit houdt in dat u eerst nog eventueel ontvangen studiekostenvergoedingen in mindering moet brengen op uw scholingsuitgaven wil er sprake zijn van een aftrekpost. De maximumaftrek van € 15.000 geldt onder voorwaarden niet. Dat is het geval als u tussen uw 18e en 30e levensjaar voor maximaal 4 vier jaar een opleiding of studie volgt die meer dan 50% beslag legt op de 'voor werkzaamheden beschikbare tijd' én een zodanige studielast heeft dat naast uw studie geen volledige werkkring mogelijk is.
 
Als scholingsuitgaven kunnen onder meer de volgende uitgaven in aanmerking komen:
- lesgeld, collegegeld;
- examengeld;
- lesmaterialen.

De volgende soorten scholingsuitgaven zijn echter van aftrek uitgesloten:
- uitgaven voor levens onderhoud waaronder huisvesting, voedsel, drank, genotmiddelen en kleding;
- werk- of studeerruimten, waaronder de inrichting (meubilair);
- uitgaven die verband houden met reizen en verblijven, waaronder excursies en studiereizen.

U en uw partner kunnen bepalen wie welk gedeelte van de scholingsuitgaven in aanmerking neemt bij zijn aangifte inkomstenbelasting. U kunt de aftrekpost voor scholingsuitgaven naar eigen inzicht willekeurig over u en uw partner verdelen zolang in totaal maar 100% in aanmerking wordt genomen. U kunt bijvoorbeeld de 80% van de scholingsuitgaven aftrekken en uw partner het restant van 20%.

b. Buitengewone uitgaven: dieetkosten
Per jaar zijn kosten voor een op medisch voorgeschreven dieet tegen een vast normbedrag aftrekbaar als deze dieetkosten meer bedragen dan € 113 (jaar 2004). Is een dieet niet opgenomen in de dieetkostentabel, dan leiden de dieetkosten in principe niet tot aftrek. Heeft een dieet niet het gehele jaar plaatsgevonden, dan is het tijdsevenredige deel van het jaarbedrag aftrekbaar.

De drempel voor de aftrek van buitengewone uitgaven - ziektekosten - bedraagt 11,2% van het verzamelinkomen (gezamenlijke inkomens uit de drie inkomensboxen) vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Voor partners geldt deze drempel voor hun beide verzamelinkomens. Het drempelbedrag bedraagt minimaal € 762 en maximaal € 5.936 (jaar 2004). De uitgaven komen in 2004 voor aftrek in aanmerking als het gaat om kosten:
- van u, uw partner en (pleeg)kinderen jonger dan 27 jaar;
- van een tot het huishouden behorende ernstig gehandicapt persoon van 27 jaar of ouder en van tot het huishouden behorende zorgafhankelijke ouders, broers en zusters.

Het gedeelte van de ziektekosten dat een ziektekostenverzekering vergoedt, is niet aftrekbaar. U en uw partner kunnen bepalen wie de buitengewone uitgaven draagt: bijvoorbeeld ieder het eigen deel of één persoon alles.

Bron: Ministerie van Financiën, 10-2-2004, nr. CPP2003/2833M (gepubliceerd 18-2-3004)