Belastingdienst moet binnen zes weken uitspraak op bezwaar doen

21 januari 2008

Samenvatting

Sinds 1 januari 2008 moet de belastingdienst uitspraken op bezwaar en beschikkingen op aanvraag binnen zes weken afhandelen. Daarmee is een einde gekomen aan de uitzonderingspositie van fiscale beslistermijnen ten opzichte van de gebruikelijke beslistermijnen die voor andere besluiten gelden op basis van de Algemene wet betuursrecht.

Volledig artikel

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten bestuursorganen binnen zes weken nadat een burger of bedrijf bezwaar heeft gemaakt tegen een besluit van dat bestuursorgaan, uitspraak doen. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Zo’n besluit is bijvoorbeeld een aanslag voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting van de belastingdienst. Indien echter tegen zo’n belastingaanslag bezwaar werd gemaakt, was het tot 1 januari 2008 mogelijk dat langer dan de genoemde zes weken moest worden gewacht op de uitspraak van de inspecteur. Dit kwam doordat in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) voor dergelijke bezwaarschriften tot die datum een afwijkende bepaling gold. Bij de invoering van de (eerste twee tranches van de) Awb in 1994 vond de wetgever de Awb-termijn namelijk te kort voor de fiscale praktijk. De inspecteur kreeg daarom een jaar de tijd om uitspraak op bezwaar te doen – hoewel er sinds 1 januari 1997 naar werd gestreefd om binnen de Awb-termijn een beslissing te nemen, zo is te lezen in het Besluit fiscaal bestuursrecht (met ingang van 25 februari 2007 de opvolger van het Voorschrift Awb 1997).
 
Met ingang van 1 januari 2008 is de genoemde uitzondering in de AWR komen te vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet versterking fiscale rechtshandhaving. Dit betekent dat de belastinginspecteur vanaf die datum op alle bezwaarschriften binnen zes weken moet beslissen. Bovendien moet ook een beschikking op aanvraag voortaan binnen zes weken worden genomen. Dit is bijvoorbeeld een verzoek tot vermindering van de loonbelasting of een aanvraag voor een fiscale eenheid. Overigens is nadrukkelijk in de AWR bepaald dat het doen van aangifte geen beschikking op aanvraag in de zin van de Awb is. Voor het vaststellen van een belastingaanslag naar aanleiding van een aangifte heeft de belastingdienst nog steeds maximaal drie jaar de tijd, eventueel verlengd met gevraagd en verkregen uitstel.
 
Als gevolg van deze wetswijzigingen is het Besluit fiscaal bestuursrecht van 2007 ingetrokken en met ingang van 18 januari 2008 vervangen door een nieuw besluit onder dezelfde naam. Het beleid met betrekking tot de fiscale beslistermijnen bij een beschikking op aanvraag en een uitspraak op bezwaar is overbodig geworden, aangezien de Awb-regels op dit punt moeten worden gevolgd, en daarom niet meer opgenomen. De overige onderdelen – het weigeren van een gemachtigde, het horen bij het vaststellen van de aanslag en in de bezwaarfase, het herstellen van een verzuim om niet-ontvankelijkheid van het bezwaar te voorkomen en de klachtenafhandeling – zijn inhoudelijk grotendeels ongewijzigd overgenomen van het oude besluit.
 
Bron: Besluit van 7 januari 2008, nr. CPP2007/3207M, Stcrt. nr. 11;  Wet versterking fiscale rechtshandhaving, Stb. 2007, 376 / Wet overige fiscale maatregelen 2008, Stb. 2007, 563.