Minderheidsbelang van derden in groepsmaatschappijen telt mee als eigen vermogen voor thincap-regeling

16 november 2009

Samenvatting

Sinds 1 januari 2004 bestaat in de vennootschapbelasting de zogeheten thincap-regeling, die bij een teveel aan vreemd vermogen ertoe kan leiden dat een dochtervennootschap niet alle rente van leningen van verbonden lichamen in aftrek kan brengen. Voor de berekening van het teveel aan vreemd vermogen zijn twee ratio’s (verhoudingsgetallen) uit de jaarrekening van de dochter en de geconsolideerde jaarrekening van de groep (het concern) van belang: de zogeheten vaste ratiotoets en de concerntoets – waarbij wordt opgemerkt dat de vaste ratiotoets is gebaseerd op de fiscale jaarrekening en de concernratio op de commerciële jaarrekening. Zolang de vermogensratio van de dochter (het gemiddelde vreemd vermogen van de dochter gedeeld door het gemiddelde eigen vermogen van de dochter) niet hoger is dan de concernratio (het gemiddelde vreemd vermogen van het concern gedeeld door het gemiddelde eigen vermogen van het concern), kan de dochter alle rente op groepsleningen in aftrek brengen. De Hoge Raad heeft onlangs in sprongcassatie beslist dat minderheidsbelangen van derden-aandeelhouders in groepsmaatschappijen in de concernratio meetellen als eigen vermogen van de groep. Daardoor wordt de concernratio kleiner ten opzichte van de situatie dat derden-minderheidsbelangen buiten beschouwing mogen blijven, zoals Rechtbank Arnhem had beslist. Dit leidde ertoe dat de dochtermaatschappij in de onderhavige procedure een teveel aan vreemd vermogen had en niet alle rentekosten in aftrek kon brengen.

Volledig artikel

Sinds 1 januari 2004 bestaat in de vennootschapbelasting de zogeheten thincap-regeling, die bij een teveel aan vreemd vermogen ertoe kan leiden dat een dochtervennootschap niet alle rente van leningen van verbonden lichamen in aftrek kan brengen. Voor de berekening van het teveel aan vreemd vermogen zijn twee ratio’s (verhoudingsgetallen) uit de jaarrekening van de dochter en de geconsolideerde jaarrekening van de groep (het concern) van belang: de zogeheten vaste ratiotoets en de concerntoets – waarbij wordt opgemerkt dat de vaste ratiotoets is gebaseerd op de fiscale jaarrekening en de concernratio op de commerciële jaarrekening (volgens de daarvoor geldende regels van het Burgerlijk Wetboek).
 
De vaste ratiotoets houdt het volgende in. Heeft een vennootschap meer dan driemaal zoveel vreemd vermogen (VV) als eigen vermogen (EV), dan is de rente die ziet op het teveel aan vreemd vermogen indien dit meer is dan € 500.000 (jaar 2009), niet aftrekbaar. In dat geval kan de concerntoets nog uitkomst bieden. Indien de vennootschap een VV/EV-verhouding heeft die gelijk is aan (of kleiner is dan) die van het totale concern waarvan zij deel uitmaakt, is een renteaftrekbeperking op grond van de thincap-regeling eveneens niet aan de orde.
 
Het teveel aan vreemd vermogen wordt volgens deze concerntoets omschreven als “het bedrag waarmee het gemiddeld vreemd vermogen van de belastingplichtige (dochtervennootschap) uitgaat boven het gemiddeld eigen vermogen vermenigvuldigd met een factor (de concernratio) welke overeenkomt met de vermogensverhouding bij de groep”. De concernratio is gelijk aan het gemiddeld vreemd vermogen gedeeld door het gemiddeld eigen vermogen volgens de geconsolideerde jaarrekening van de groep, waarvan de dochtervennootschap deel uitmaakt.
 
Rechtbank Arnhem had op 1 april 2008 uitspraak gedaan over de samenstelling van de concernratio. De vraag was of het aandeel van derden-aandeelhouders in de geconsolideerde jaarrekening van de groep voor de thincap-regeling tot het eigen vermogen moet worden gerekend. De desbetreffende dochtervennootschap was van mening dat dat niet het geval was. Hierdoor zou de noemer van de breuk kleiner blijven waardoor de uitkomst van de breuk (de concernratio) hoger zou blijven.
 
De rechtbank stelde de vennootschap in het gelijk, omdat de wettekst helder was op dit punt (onder groepsvermogen vallen niet minderheidsbelangen in groepsmaatschappijen), hoewel de wettekst niet strookte met de wetsgeschiedenis. De staatssecretaris van Financiën ging daarop in sprongcassatie bij de Hoge Raad. Die heeft onlangs zijn oordeel gegeven over de samenstelling van de concernratio. Voor de bepaling van de mate waarin de bezittingen van de groep met eigen vermogen zijn gefinancierd, moet (net als het gehele vreemd vermogen) het gehele eigen vermogen van de groep, dus inclusief het aandeel van derden daarin, in aanmerking worden genomen. Deze uitleg strookt met de bedoeling van de wetgever zoals die uit de wetsgeschiedenis blijkt.
 
De Hoge Raad gaf nog een nadere toelichting. Als het al dan niet onder het eigen vermogen begrijpen van het aandeel van derden daarin, afhankelijk wordt gesteld van het in het land van de moedermaatschappij van toepassing zijnde jaarrekeningrecht, leidt dit tot een ongerijmd resultaat. De concernratio uit de thincap-regeling zou dan variëren, afhankelijk van de vraag of op grond van het jaarrekeningrecht van het land waarin de moedermaatschappij is gevestigd, het aandeel van derden al dan niet tot het eigen vermogen moet worden gerekend.

Het resultaat van de Hoge Raad komt erop neer dat minderheidsbelangen van derden-aandeelhouders in groepsmaatschappijen in de concernratio meetellen als eigen vermogen van de groep. Voor de dochtermaatschappij in de onderhavige procedure had dit tot gevolg dat sprake was een teveel aan vreemd vermogen waardoor zij niet alle rentekosten in aftrek kon brengen.

Bron: Hoge Raad, 13-11 -2009, nr. 08/01904