Weer vragen over BUA voorgelegd aan Europees Hof van Justitie

17 februari 2009

Samenvatting

Op 19 januari 2009 heeft Hof Amsterdam aan het Hof van Justitie EG gevraagd of de volgende vier categorieën uit het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) voldoen aan het criterium van "voldoende bepaald" en dus mogen worden gehandhaafd op grond van artikel 17(6) van de Zesde richtlijn: spijzen en dranken verstrekken aan het personeel van de ondernemer; relatiegeschenken of andere giften doen toekomen aan degenen bij wie de btw helemaal niet of hoofdzakelijk niet voor aftrek in aanmerking komt of zou komen, indien aan hen voor deze geschenken of giften omzetbelasting in rekening zou zijn gebracht; aan het personeel van de ondernemer huisvesting verlenen; en aan het personeel van de onderneming gelegenheid geven tot ontspanning.

Volledig artikel

Op 19 januari 2009 heeft Hof Amsterdam aan het Europese Hof van Justitie (HvJ EG) gevraagd of de volgende vier categorieën van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) voldoen aan het criterium van "voldoende bepaald" en dus mogen worden gehandhaafd op grond van artikel 17(6) van de Zesde richtlijn:

  • het verstrekken van spijzen en dranken aan het personeel van de ondernemer;
  • het geven van relatiegeschenken of het doen van andere giften aan degenen bij wie de btw in het geheel niet of hoofdzakelijk niet voor aftrek in aanmerking komt of zou komen, indien aan hen voor deze geschenken of giften omzetbelasting in rekening zou zijn gebracht;
  • het verlenen van huisvesting aan het personeel van de ondernemer;
  • het geven van gelegenheid tot ontspanning aan het personeel van de onderneming.

Daarmee zijn de volgende, vet gedrukte, delen van het BUA op houdbaarheid voorgelegd aan het HvJ EG of door de Hoge Raad als "niet voldoende bepaald en te ruim" gekwalificeerd (vet, cursief en onderstreept):

Artikel 1(1) BUA
“De in artikel 15, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 bedoelde aftrek wordt uitgesloten in de gevallen waarin en voor zover de goederen en diensten worden gebezigd voor:
a.  het voeren van een zekere staat;
b.  het geven van relatiegeschenken of het doen van andere giften aan degenen bij wie, indien aan hen ter zake omzetbelasting in rekening is of zou zijn gebracht, deze in het geheel niet of hoofdzakelijk niet voor aftrek in aanmerking komt of zou komen;
c.  het aan het personeel van de ondernemer verstrekken van spijzen en dranken (nu uitgezonderd in lid 3), verlenen van huisvesting, uitkeren van loon in natura, geven van gelegenheid tot
sport, ontspanning of privé-vervoer, dan wel voor andere persoonlijke doeleinden van dat personeel.”

Slechts correcties op grond van het feit dat sprake is van "het voeren van een zekere staat" en "het gelegenheid geven tot sport" zijn daarmee nog niet aan het HvJ EG voorgelegd, of door de Hoge Raad onverbindend geacht omdat ze "onvoldoende bepaald" zijn. Daarbij komt dat deze categorieën, voor zover de eerste trouwens nog wordt toegepast, indirect ter discussie staan omdat de Hoge Raad het HvJ EG heeft gevraagd of het BUA wel mag uitsluiten "voor zover" goederen en diensten voor bepaalde doelen worden gebezigd.

Verder vraagt Hof Amsterdam het HvJ EG te beoordelen of de Europese regelgeving ruimte biedt voor de systematiek van het Nederlandse BUA. In die systematiek wordt aftrek toegestaan voor zover voor de in het BUA genoemde prestaties een vergoeding met omzetbelasting in rekening wordt gebracht, en wel tot het bedrag van de belasting die voor die prestatie is verschuldigd.

Indien de categorie "verstrekken van spijzen en dranken" voldoende bepaald is, vraagt Hof Amsterdam bovendien of deze uitsluiting op grond van Europese regelgeving zodanig mag worden gewijzigd dat de draagwijdte van die uitsluiting waarschijnlijk wordt beperkt, maar ook niet kan worden uitgesloten dat in een individueel geval in enig jaar de werkingssfeer van de aftrekbeperking wordt uitgebreid, met name door het forfaitaire karakter van de gewijzigde regeling.

Mocht u naar aanleiding van dit bericht vragen hebben of de specifieke mogelijkheden voor uw organisatie in kaart willen brengen, dan kunt u contact opnemen met uw btw-adviseur van PwC.

Bron: Hof Amsterdam,19-1-2009, nr. 07/00782 en 07/00783.