Samenvatting
Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer geantwoord op Kamervragen over de fiscale regeling voor bedrijfsfitness. Onder voorwaarden kunnen werkgevers bedrijfsfitness onbelast vergoeden of verstrekken. In de praktijk wordt de voorwaarde over de locatie waar de bedrijfsfitness moet plaatsvinden als een knelpunt ervaren, vooral voor werknemers die niet in de vestigingsplaats van de werkgever wonen. De staatssecretaris vindt echter dat ook deze werknemers voldoende van de regeling gebruik kunnen maken door aansluitend op werktijden of in pauzes te gaan fitnessen. Verder wordt aangekondigd dat een onderzoek wordt ingesteld naar de vereenvoudiging van het regime van de vrije vergoedingen en verstrekkingen, waarvan bedrijfsfitness deel zal uitmaken.
Volledig artikelWerkgevers kunnen onder voorwaarden bedrijfsfitness onbelast verstrekken of vergoeden. Onder bedrijfsfitness moet dan worden verstaan: de conditie- of krachttraining van werknemers die wordt georganiseerd of geïnitieerd door de werkgever en die plaatsvindt onder deskundig toezicht. Voor een onbelaste verstrekking of vergoeding van bedrijfsfitness moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
In de praktijk zullen werkgevers vaak een overeenkomst sluiten met een fitnessbedrijf in de vestigingsplaats van de werkgever of met een fitnessketen met verschillende vestigingen. Doordat fitness echter vaak in de avonduren plaatsvindt, zullen werknemers die buiten de vestigingsplaats van de werkgever wonen, niet snel gebruikmaken van de bedrijfsfitnessmogelijkheid. Ook zijn er naar alle waarschijnlijkheid geen fitnessketens die in alle woonplaatsen vestigingen hebben, zodat een overeenkomst met een fitnessketen niet voor alle werknemers een oplossing is. Naar aanleiding van deze knelpunten zijn er Kamervragen gesteld.
Recentelijk heeft de staatssecretaris van Financiën deze Kamervragen beantwoord. Hij is van mening dat ook buiten de vestigingsplaats van de werkgever wonende werknemers voldoende van de regeling gebruik kunnen maken door aansluitend aan de werktijd of in pauzes te gaan fitnessen. Verder geeft de staatssecretaris aan het niet wenselijk te vinden om een vergoedingsmogelijkheid voor individuele fitness in te voeren, omdat een dergelijke vrijstelling niet past binnen het huidige systeem van belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. Hij kondigde wel aan dat een onderzoek wordt ingesteld naar de vereenvoudiging van het regime van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Bedrijfsfitness zal daar deel van uitmaken.
Bron: Brief staatssecretaris van Financiën, 22-4-2008, nr. DB08-154 U.