Samenvatting
De Hoge Raad heeft enkele (feitelijke) uitspraken van Hof Den Haag bevestigd over de btw-gevolgen in het geval een aannemer aan zijn opdrachtgevers een contractueel overeengekomen schadevergoeding uitbetaalt wegens een te late oplevering van woningen en appartementen. Het hof was van oordeel dat uit de feiten bleek dat er een rechtstreeks verband bestond tussen de uitbetaalde schadevergoedingen en de oplevering van de woningen en appartementen op grond van de koop-/aannemingsovereenkomsten. In dat geval was steeds sprake van een vermindering van een vergoeding (koopprijs voor woning of appartement) die volgens de wet recht geeft op een btw-teruggaaf op verzoek.
Volledig artikelDe Hoge Raad heeft enkele (feitelijke) uitspraken van Hof Den Haag bevestigd over de btw-gevolgen in het geval een aannemingsbedrijf aan de opdrachtgevers een contractueel overeengekomen schadevergoeding uitbetaalt wegens een te late oplevering van woningen en appartementen. De arresten van de Hoge Raad hebben betrekking op hetzelfde bedrijf -een bv- en betreffen de tijdvakken maart, april en mei 2004. De zaak was als volgt.
Een bv die een bouw- en aannemingsbedrijf exploiteerde, had met opdrachtgevers koop-/aannemingsovereenkomsten gesloten en zich daarbij verplicht woningen en appartementen binnen driehonderd werkbare dagen na het gereedkomen van de ruwe beganegrondvloer op te leveren. Volgens deze overeenkomsten was de bv aan opdrachtgevers een naar evenredigheid van de koop-/aanneemsom te bepalen bedrag (schadevergoeding) verschuldigd bij te late oplevering van een woning of appartement. De kopers konden de schadevergoeding verrekenen met de door hen nog verschuldigde termijnen van de koop-/aanneemsom. De bv had in de onderhavige tijdvakken wegens te late oplevering geldbedragen aan haar opdrachtgevers uitbetaald en verzocht de fiscus om teruggaaf van de btw met betrekking tot de uitgekeerde schadevergoedingen. Volgens de bv vormden de schadevergoedingen een vermindering van de vergoeding (koopprijzen) waarover de bv btw had afgedragen. De inspecteur weigerde echter de teruggaven. Naar zijn mening was sprake van onbelaste vergoedingen voor echte schade en geen vermindering van koopprijzen.
Hof Den Haag was op grond van de feiten van oordeel dat er een rechtstreeks verband bestond tussen de uitbetaalde schadevergoedingen en de oplevering van de woningen en appartementen op grond van de koop-/aannemingsovereenkomsten. In dat geval was steeds sprake van een vermindering van een vergoeding (koopprijs voor woning of appartement) die volgens de wet kan leiden tot een btw-teruggaaf op verzoek. Het hof had aangegeven dat in de uitgekeerde bedragen weliswaar een element van vergoeding voor schade zou zijn te onderkennen, maar dat dit element in onderhavig situatie moeilijk als afzonderlijke verplichting was te onderscheiden.
De staatssecretaris ging in cassatie bij de Hoge Raad, maar dat was vergeefs. De Hoge Raad was van oordeel dat het hof op juiste gronden uitspraak had gedaan en dat de uitspraken verweven waren met waarderingen van feitelijke aard. Daartegen staat geen cassatie open.
Opmerkingen
De staatssecretaris van Financiën is van mening (zie het 'verzamelbesluit btw en onroerende zaken' van 14 juli 2009) dat dergelijke boetes als schadevergoedingen kwalificeren en daarom de heffingsmaatstaf niet beïnvloeden. Aangezien de Hoge Raad heeft aangegeven dat deze zienswijze niet de juiste is, raden wij belastingplichtigen aan een direct beroep te doen op dit arrest en dit onderdeel van het genoemde besluit niet toe te passen.
Bron: Hoge Raad, 15-1-2010, nrs. 08/01868, 08/01933 en 08/01934.