Bijrijdersstoel maakt bestelauto nog niet direct tot personenauto

21 september 2009

Samenvatting

Een ondernemer heeft in beginsel te maken met een bijtelling op zijn winst uit onderneming als hij een auto van de zaak voor meer dan 500 km per jaar in privé gebruikt. De auto van de zaak kan een personenauto of een bestelauto zijn. Voor bepaalde bestelauto’s is de bijtelling niet aan de orde als de bestelauto vanwege zijn aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor het vervoer van goederen en niet geschikt is voor het vervoer van personen. Dat kan zelfs het geval zijn als in een bestelauto in de bestuurderscabine meer dan één stoel aanwezig is en in die cabine geen voorzieningen zijn aangebracht die zijn gericht op het vervoer van goederen. De Hoge Raad had op 29 mei 2009 in deze zin beslist en heeft dat onlangs in een nieuw arrest nog eens bevestigd. Hof Arnhem had echter een andere maatstaf aangelegd, waardoor de Hoge Raad deze hofuitspraak heeft vernietigd. De procedure is nu verwezen naar Hof Den Bosch.

Volledig artikel

Een ondernemer heeft in beginsel te maken met een bijtelling op de winst uit onderneming als hij de auto van de zaak in privé gebruikt. De auto van de zaak kan een personenauto zijn maar ook een bestelauto. Voor bepaalde situaties is de bijtelling niet aan de orde. Dit is het geval als het privégebruik minder is dan 500 km op jaarbasis. Het bewijs hiervoor kan op diverse manieren (o.a. via een sluitende kilometeradministratie) worden geleverd.
 
Voor bepaalde bestelauto’s is de bijtelling ook niet aan de orde als de bestelauto vanwege zijn aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor het vervoer van goederen en niet geschikt is voor het vervoer van personen. Dat kan zelfs het geval zijn als in een bestelauto in de bestuurderscabine meer dan één stoel aanwezig is en in die cabine geen voorzieningen zijn aangebracht die zijn gericht op het vervoer van goederen. De Hoge Raad had dat op 29 mei 2009 beslist en bevestigde daarmee de uitspraak van Hof Den Bosch waarover we op 15 februari 2007 hadden bericht.
 
De procedure betrof een stukadoor die in 2002 achtereenvolgens twee grote bestelauto’s voor zijn onderneming had gebruikt. De inspecteur meende dat voor de bestelauto’s toch een bijtelling moest plaatsvinden, omdat de auto’s over een passagiersstoel (een anderhalf-zitsbank naast de bestuurdersstoel) beschikten en daardoor geschikt waren voor personenvervoer. Rechtbank Arnhem stelde de inspecteur in het gelijk.
 
De stukadoor ging in hoger beroep bij Hof Arnhem en overlegde het hof ook foto’s van de inrichting van de bestelauto’s. Het hof stelde vast dat de bestelauto’s beschikten over een bestuurdersstoel en een anderhalf-zitsbank in de bestuurderscabine en een door middel van dubbele deuren en een schuifdeur goed toegankelijk gemaakte laadruimte die was voorzien van houten schappen aan de wanden en een min of meer vlakke laadvloer. Op de foto’s was onder meer te zien dat de bestuurderscabine was vervuild door het bedrijfsmatige gebruik.
 
Het hof merkte op dat de stukadoor niet had gesteld en ook niet was gebleken dat in de bestuurderscabine voorzieningen waren aangebracht, die waren gericht op het vervoer van goederen. Het Hof kwam tot het oordeel dat van een bestelauto met een dergelijke bestemming en inrichting, niet kon worden gezegd dat het vervoer van goederen zozeer het vervoer van personen overheerste, dat daaruit bleek dat de bestelauto uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt was voor vervoer van goederen. Ook het hof stelde de inspecteur in het gelijk. De stukadoor vervolgens ging in cassatie bij de Hoge Raad. Daar kreeg hij meer gehoor voor zijn argumenten.

De Hoge Raad gaf aan dat ook indien in een bestelauto in de bestuurderscabine meer dan één stoel aanwezig is en in die cabine geen voorzieningen zijn aangebracht, die zijn gericht op het vervoer van goederen, onder omstandigheden toch sprake zijn van een bestelauto die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. De Hoge Raad had al in zijn arrest van 29 mei 2009 in deze zin beslist en verwees in onderhavige procedure naar dat arrest. Hof Arnhem was echter op andere gronden tot een uitspraak gekomen. De Hoge Raad vernietigde daarom de hofuitspraak en verwees de zaak naar Hof Den Bosch voor verdere behandeling.
 
Opmerking
In de Wet op de loonbelasting staat een vrijwel identieke bepaling over auto’s die kwalificeren voor een inkomensbijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak. Dit houdt in dat als een werknemer in een soortgelijke bestelauto rondrijdt als in de onderhavige procedure, geen loonbijtelling zal hoeven plaats te vinden. Natuurlijk is het beter om al op een andere manier eventueel gedoe over loonbijtelling te voorkomen. Het bewijs dat een auto niet in privé wordt, gebruikt, kan men op diverse manieren leveren. Zie hiervoor ons nieuwsbericht van 10 april 2006.
 
Bron: Hoge Raad, 18-9-2009, nr. 08/00707.