Herstelplannen voor pensioenfondsen kunnen fiscale gevolgen hebben

27 januari 2009



Volledig bericht

De afspraken met betrekking tot bijstortingen in het pensioenfonds zijn vastgelegd in een zogenoemde uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement tussen het pensioenfonds en de werkgever. Hierin kan bijvoorbeeld staan dat de pensioenpremie moet worden verhoogd bij onderdekking van het pensioenfonds. Hiervan is sprake als het pensioenfonds een dekkingsgraad van minder dan 105% heeft. De dekkingsgraad geeft de verhouding aan tussen de waarde van de beleggingen en de pensioenverplichtingen, dus eigenlijk in welke mate de pensioenverplichtingen zijn afgedekt door de aanwezige gelden. Het werkgeversdeel van de (verhoogde) pensioenpremie is aftrekbaar van de vennootschapsbelasting en het werknemersdeel van de loonbelasting.

Naast afspraken over premieverhogingen kan in de uitvoeringsovereenkomst zijn opgenomen dat de werkgever verplicht is om extra kapitaal in het pensioenfonds te storten bij onderdekking. In principe is iedere storting die de werkgever op basis van afspraken tussen hem en het pensioenfonds moet doen om tot een dekkingsgraad van 105% te komen, ineens volledig aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting. Belastinginspecteurs kunnen hier echter verschillend mee omgaan.

Ook het jaar waarin de extra storting fiscaal aftrekbaar is, is een aandachtspunt. Indien per 31 december 2008 al vaststond dat de werkgever op basis van de uitvoeringsovereenkomst moest bijstorten, moet deze verplichting al in 2008 worden opgevoerd. Is nog geen sprake van een verplichting maar wel van een redelijke mate van zekerheid dat de werkgever moet bijstorten, dan kan de aftrekpost ook in 2008 worden opgevoerd maar eventueel ook in 2009. De mate en het tijdstip van aftrekbaarheid liggen dus niet bij voorbaat vast.
 
Bron: Brief 18-12-2008 en instructiemiddag 19-1-2009 van De Nederlandse Bank.


 
Contactinformatie
Redactie Belastingnieuws.nl
Tel:[31] 10 407 57 21
Gerelateerde trends & uitdagingen