Underwriting discount en advieskosten bij aandelenemissie aftrekbaar

29 oktober 2009

Samenvatting

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak waarin de aftrekbaarheid van emissiekosten centraal stond. Een naamloze vennootschap had nieuwe aandelen uitgegeven (‘emissie’) om daarmee een overname van een groep te financieren. Met betrekking tot de emissie was de nv een ‘underwriting discount’ aan drie financiële instellingen (de zogenoemde Underwriters) verschuldigd en had een groepsvennootschap advieskosten betaald die nog moesten worden doorbelast aan de nv. De inspecteur was van mening dat de kosten betrekking hadden op het verwerven van een deelneming en daardoor onder de deelnemingsvrijstelling vielen, waardoor ze niet aftrekbaar waren. De Hoge Raad oordeelde dat de kosten waren aan te merken als kosten van wijziging van het kapitaal. Deze kosten zijn in de Wet op de vennootschapsbelasting aangemerkt als aftrekbare kosten. Daarnaast hadden deze kosten volgens de Hoge Raad primair betrekking op het bestaan van de nv als beursgenoteerde nv en waren de kosten niet afhankelijk van de wijze waarop het kapitaal zou worden aangewend. Dit bracht met zich mee dat de kosten niet op zodanige wijze verband hielden met door de nv te behalen voordelen uit de te verwerven groep dat zij onder de deelnemingsvrijstelling moesten vallen.

Volledig artikel

Bij het bepalen van de fiscale winst zijn kosten in principe aftrekbaar. In de wetgeving zijn hierop uitzonderingen gemaakt. Als de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op een deelneming, zijn de kosten die gemaakt zijn bij de aankoop en verkoop van die deelneming niet aftrekbaar. Een vennootschap (zoals een nv of een bv) heeft onder meer een deelneming, waarop onder voorwaarden de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, als die vennootschap kort gezegd ten minste 5% van de aandelen bezit van een andere vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal.
 
Onlangs heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de aftrekbaarheid van kosten bij de uitgifte van nieuwe aandelen bij een naamloze vennootschap (een ‘emissie’). In 2000 had de nv met een derde partij overeenstemming bereikt over de overname van een buitenlandse groep. Om deze overname te financieren, had de nv in december 2000 nieuwe aandelen uitgegeven. De gelden die de nv hiermee had verkregen, zijn aangewend ten behoeve van een kleindochter van de nv die daarmee de overname had gefinancierd.
 
Drie financiële instellingen (zogenoemde ‘Underwriters’) hadden aan de nv verschillende diensten verleend die betrekking hadden op de emissie. Voor deze dienstverlening was de nv onder meer een ‘underwriting discount’ verschuldigd aan de Underwriters. Daarnaast had een buitenlandse groepsvennootschap van de nv advieskosten betaald die ook betrekking hadden op de uitgifte. Deze kosten moesten nog worden doorbelast aan de nv.
 
De inspecteur had voor het jaar 2000 een aanslag vennootschapsbelasting en een verliesbeschikking opgelegd. Nadat de nv zonder succes bezwaar had gemaakt tegen de hoogte van de verliesbeschikking, was de nv in beroep gegaan bij Rechtbank Haarlem. De vraag was of de ‘underwriting discount’ en de advieskosten (tezamen: ‘de kosten’) bij het bepalen van de winst van de nv in aftrek konden komen of onder de deelnemingsvrijstelling vielen (en daardoor niet aftrekbaar waren). De rechtbank stelde de nv in het gelijk en oordeelde dat de kosten aftrekbaar waren. Tegen de uitspraak van Rechtbank Haarlem is de staatssecretaris van Financiën in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De staatssecretaris was van mening dat de kosten onder de deelnemingsvrijstelling vielen, omdat de gelden die met de emissie waren verkregen niet ten behoeve van de nv zelf waren aangewend en er een duidelijk verband bestond tussen de gemaakte kosten en de vergroting van het belang in de buitenlandse kleindochter (die de overname had gefinancierd).
 
De Hoge Raad oordeelde dat de kosten waren aan te merken als kosten van wijziging van het kapitaal van de nv. In de Wet op de vennootschapsbelasting is bepaald dat deze kosten aftrekbaar zijn. Daarnaast hadden de kosten volgens de Hoge Raad primair betrekking op het bestaan van de nv als beursgenoteerde naamloze vennootschap en waren ze niet afhankelijk van de wijze waarop het kapitaal zou worden aangewend. Volgens de Hoge Raad bracht dit met zich mee dat de kosten niet op zodanige wijze verband hielden met bepaalde door de nv te behalen voordelen uit de te verwerven buitenlandse groep dat zij onder de deelnemingsvrijstelling moesten vallen. De kosten waren dus aftrekbaar.
 
De Hoge Raad had vorig jaar al geoordeeld dat emissiekosten bij een nv zijn aan te merken als kosten van wijziging van het kapitaal. In de onderhavige uitspraak oordeelde de Hoge Raad dat de emissiekosten in dit geval ook niet onder de reikwijdte van de deelnemingsvrijstelling vielen.
 
Bron: Hoge Raad, 23-10-2009, nr. 08/00324 (gepubliceerd op 23-10-2009).