Samenvatting
Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft onlangs een herzieningsbesluit uitgebracht over de fiscale beleggingsinstelling. Het besluit bevat twee goedkeuringen die in het voorafgaande besluit van 12 december 2008 niet meer waren opgenomen, maar waaraan in de praktijk wel behoefte bleek te bestaan. Het betreft de goedkeuring voor de zogenoemde stapelstructuren en de goedkeuring voor de herbeleggingsreserve die haar plafond heeft bereikt. Het besluit vervangt het voorafgaande besluit, is op 24 september 2009 in werking getreden en werkt terug tot en met 15 september 2009.
Volledig artikelDe fiscale faciliteit voor fiscale beleggingsinstellingen (fbi) heeft tot doel particuliere beleggers, die via zo'n instelling beleggen, in fiscaal opzicht zo veel mogelijk gelijk te behandelen als beleggers die zelf rechtstreeks beleggen. Dit gebeurt met name door de winst van de fbi aan een speciaal nulprocentstarief te onderwerpen. Als een beleggingsinstelling (veelal een nv of bv) effecten met winst heeft verkocht en deze winst aan haar aandeelhouders zou uitkeren, zou zonder nadere fiscale regelgeving de koerswinst onderworpen zijn aan vennootschapbelasting. Bij direct beleggen door de particuliere belegger zelf komt de vennootschapsbelasting niet in beeld. Vaak bieden banken via zo'n belegginginstelling hun expertise op het gebied van beleggen aan vermogende particulieren aan. Ook institutionele beleggers (pensioenfondsen) maken in voorkomende gevallen gebruik van fbi’s.
Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft onlangs een herzieningsbesluit uitgebracht over de fiscale beleggingsinstelling. Het besluit bevat twee goedkeuringen die in het voorafgaande besluit van 12 december 2008 niet meer waren opgenomen, maar waaraan in de praktijk wel behoefte bleek te bestaan. Deze goedkeuringen zijn daarom in het onderhavige besluit weer opgenomen.
1. Goedkeuring betreffende stapelstructuren
De eerste goedkeuring betreft de aandeelhoudersvereisten voor een fiscale beleggingsinstelling en in het bijzonder de zogeheten stapelstructuren. Beleggingsinstellingen zonder beursnotering of een Wft-vergunning (Wet op het financieel toezicht) kunnen volgens de Wet op de vennootschapsbelasting geen moeder zijn van een andere beleggingsinstelling. Zou een fbi zonder Wft-vergunning en/of zonder beursnotering wel meer dan het formeel toegestane maximumpercentage van 25% van het aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid in een andere zodanige fbi bezitten, dan zou statusverlies van laatstgenoemde fbi optreden.
De staatssecretaris keurt (weer) goed dat de status van beleggingsinstelling behouden blijft ook al berust meer dan 25% van het totale aantal aandelen bij een andere beleggingsinstelling zonder beursnotering of Wft-vergunning. Aan deze goedkeuring geldt als voorwaarde dat de eerstbedoelde fbi al in het lopende boekjaar ten minste 95 percent van de ter beschikking te stellen winst uitdeelt. Indien in enig jaar niet langer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarde verliest de beleggingsinstelling haar status met ingang van het boekjaar waarop de ter beschikking te stellen winst betrekking heeft.
2. Goedkeuring betreffende doteren aan herbeleggingsreserve bij uitdelingstekort
De tweede goedkeuring betreft de mogelijkheid tot het doteren aan een herbeleggingsreserve die door een uitdelingstekort haar plafond heeft bereikt. Als een fbi heeft gekozen voor het vormen van een herbeleggingsreserve, dan wordt het saldo van koers- en vervreemdingsresultaten niet tot de winst gerekend, maar gedoteerd aan de herbeleggingsreserve. De jaardotatie is daarbij gelimiteerd door het aan de herbeleggingsreserve gestelde plafond. In gevallen van een samenloop met een uitdelingstekort kan een positief saldo van de koers- en vervreemdingsresultaten in een jaar niet (volledig) aan de herbeleggingsreserve worden toegevoegd. De wet voorziet wel in de mogelijkheid van een verrekening van het uitdelingstekort, maar niet in de mogelijkheid om in een later jaar alsnog een (inhaal)dotatie aan de herbeleggingsreserve te doen. Om hierin toch te voorzien, heeft de staatssecretaris de tweede goedkeuring met randvoorwaarden getroffen die eveneens niet meer in het besluit van 18 december 2008 was opgenomen.
Het besluit vervangt het voorafgaande besluit van 12 december 2008, is op 24 september 2009 in werking getreden en werkt terug tot en met 15 september 2009.
Bron: Ministerie van Financiën, 15-9-2009, nr. CPP2009/813M (gepubliceerd 23-9-2009).