6 januari 2009
Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft recent een nieuw verzamelbesluit uitgebracht met twee nieuwe goedkeuringen. De eerste nieuwe goedkeuring betreft een versoepeling van de wettelijke financieringslimieten voor de te beleggen middelen gedurende de oprichtingsfase van de fiscale beleggingsinstelling. De tweede betreft een ontheffing van de bestuurdersvereisten in een specifieke situatie. Het besluit vervangt twee voorgaande besluiten uit 2005 en 2006, is op 1 januari 2009 in werking getreden en werkt terug tot en met 12 december 2008.
| Volledig bericht |
De fiscale faciliteit voor fiscale beleggingsinstellingen (fbi) heeft tot doel particuliere beleggers, die via zo'n instelling beleggen, in fiscaal opzicht zo veel mogelijk gelijk te behandelen als beleggers die zelf rechtstreeks beleggen. Dit gebeurt met name door de winst van de fbi aan een speciaal nulprocentstarief te onderwerpen. Als een beleggingsinstelling (veelal een nv of bv) effecten met winst heeft verkocht en deze winst aan haar aandeelhouders zou uitkeren, zou zonder nadere fiscale regelgeving de koerswinst onderworpen zijn aan vennootschapbelasting. Bij direct beleggen door de particuliere belegger zelf komt de vennootschapsbelasting niet in beeld. Vaak bieden banken via zo'n belegginginstelling hun expertise op het gebied van beleggen aan vermogende particulieren aan. Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft recent een nieuw verzamelbesluit uitgebracht met twee nieuwe goedkeuringen. De eerste nieuwe goedkeuring betreft een versoepeling van de wettelijke financieringslimieten voor de te beleggen middelen. Volgens de wet mag een fiscale beleggingsinstelling de te beleggen middelen voor zover deze het vermogen van het lichaam te boven gaan met vreemd vermogen financieren. Afhankelijk van de soort beleggingen van het lichaam wordt aan het aantrekken van vreemd vermogen een limiet gesteld. Voor onroerende zaken of rechten waaraan de onroerende zaken zijn onderworpen geldt een limiet van 60% van de boekwaarde van de onroerende zaken of van die rechten. Voor overige beleggingen geldt een financieringslimiet van 20% van de boekwaarde van deze beleggingen. De staatssecretaris keurt goed dat bovengenoemde financieringseis onder omstandigheden buiten aanmerking blijft gedurende de oprichtingsfase van de fiscale beleggingsinstelling. Dat is het geval als het voor de beleggingsinstelling gedurende de opstartfase onmogelijk of zeer bezwaarlijk is om aan de financieringseis te voldoen. Deze goedkeuring geldt tot uiterlijk 24 maanden na de datum van oprichting. De tweede nieuwe goedkeuring betreft een ontheffing van de bestuurdersvereisten in een specifieke situatie. Sinds 1 augustus 2007 gelden voor niet-beursgenoteerde lichamen met een Wft-vergunning (Wft = Wet op het financieel toezicht) ook lichtere aandeelhoudersvereisten. In dat geval gelden wel bepaalde bestuurdersvereisten in die zin dat er een beperking bestaat in de kring van personen die mogen fungeren als bestuurder of als commissaris van de fiscale beleggingsinstelling. In de praktijk komt het voor dat op 1 augustus 2007 bestaande niet-beursgenoteerde lichamen met Wft-vergunning niet voldoen aan de per die datum geldende bestuurdersvereisten. Formeel zou deze beleggingsinstelling hierdoor haar fiscale status verliezen. De staatssecretaris vindt dit ongewenst en keurt goed dat de inspecteur ontheffing verleent van de bestuurdersbeperkingen. De goedkeuring geldt slechts voor zolang de fiscale beleggingsinstelling voldoet aan bepaalde (verzwaarde) aandeelhoudersvereisten. Het besluit vervangt twee voorgaande besluiten uit 2005 en 2006, is op 1 januari 2009 in werking getreden en werkt terug tot en met 12 december 2008. Bron: Ministerie van Financiën, 12-12-2008, nr. CPP2008/708M (gepubliceerd 30-12-2008).
|