Samenvatting
De economische crisis met omzetdalingen voor het bedrijfsleven blijkt tot knelpunten bij de vaststelling van een ‘gebruikelijk loon’ volgens de gebruikelijkloonregeling te leiden. De gebruikelijkloonregeling geldt kortweg voor aanmerkelijkbelanghouders die werkzaamheden verrichten voor hun eigen bv. Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft onlangs in een besluit daartoe een praktische regeling bekendgemaakt met daarbij een tijdelijke goedkeuring. Bij omzetdalingen mag het gebruikelijk loon in 2009 en 2010 evenredig lager zijn. Daarmee is een verlaging van het gebruikelijk loon in veel gevallen eenvoudig te berekenen en vast te stellen, zonder dat daarvoor overleg met de inspecteur nodig is. Aan de goedkeuring zijn enkele voorwaarden verbonden. Het besluit treedt op 17 september 2009 in werking en vervalt met ingang van 1 januari 2011.
Volledig artikelOp grond van de gebruikelijkloonregeling in de Wet op de loonbelasting wordt voor de heffing van loonbelasting en premie volksverzekeringen in specifieke situaties een bepaald bedrag aan loon in aanmerking genomen, los van wat feitelijk aan loon wordt uitbetaald. Het betreft de situatie waarin een werknemer arbeid verricht voor een lichaam waarin hij een aanmerkelijk belang heeft of waaraan hij vermogensbestanddelen ter beschikking stelt (waardoor de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing is). De gebruikelijkloonregeling komt in de praktijk vooral voor bij bv’s met een directeur-grootaandeelhouder (dga). Een dga moet op grond van de gebruikelijkloonregeling ten minste een loon in aanmerking nemen dat niet in belangrijke mate afwijkt van het loon van vergelijkbare werknemers die geen dga zijn. Hierbij geldt een ondergrens van € 40.000 (jaar 2009) of, indien aannemelijk is dat een lager loon gebruikelijk is bij vergelijkbare werknemers die geen dga zijn, dit lagere loon. In dat geval rust de bewijslast op de dga.
De economische crisis met omzetdalingen voor het bedrijfsleven blijkt tot knelpunten bij de vaststelling van een ‘gebruikelijk loon’ volgens de gebruikelijkloonregeling te leiden. Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft onlangs in een besluit daartoe een praktische regeling en tijdelijke goedkeuring bekendgemaakt met een eenvoudige rekenformule om het gebruikelijke loon voor 2009 en 2010 te kunnen bepalen. De rekenformule houdt in dat bij omzetdalingen het gebruikelijke loon in 2009 en 2010 evenredig lager mag worden gesteld ten opzichte van het gebruikelijke loon over 2008. Overleg met de inspecteur over de hoogte van het gebruikelijke loon over 2009 en 2010 kan hierbij achterwege blijven. Aan de goedkeuring verbindt de staatssecretaris de volgende voorwaarden:
Deze goedkeuring kan niet tot een hoger gebruikelijk loon leiden en beperkt niet de wettelijke mogelijkheden om een (nog) lager gebruikelijk loon aannemelijk te maken in bijzondere situaties zoals een verliessituatie.
Het besluit treedt op 17 september 2009 in werking en vervalt met ingang van 1 januari 2011.
Bron: Ministerie van Financiën, 15-9-2009, nr. CPP2009/1799M (gepubliceerd 16-9-2009).