Samenvatting
Kosten die ten laste worden gebracht van de winst moeten een zakelijk karakter hebben. In een recente zaak moest Rechtbank Breda oordelen of vergoedingen voor marketingadviezen (hierna: ‘consultancy fees’) zakelijk waren en of de hoogte van de uitgaven gerechtvaardigd was met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. Een bv betaalde maandelijks consultancy fees aan een marketingbedrijf voor ontvangen marketingdiensten. De inspecteur was van mening dat deze consultancy fees niet zakelijk waren en legde daarom navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting op aan de bv. Volgens de rechtbank waren de kosten wel zakelijk. Daarnaast vond de rechtbank de hoogte van de consultancy fees niet zodanig dat geen redelijk denkend ondernemer deze kosten zou hebben gemaakt met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. De bv had namelijk aangetoond dat ook de omzet in de onderhavige periode was gestegen. De kosten konden dus ten laste van de winst worden gebracht.
Volledig artikelBij de berekening van de winst van een onderneming mogen kosten van een onderneming in aftrek worden gebracht. Alleen kosten die noodzakelijk zijn voor het drijven van de onderneming of kosten die zijn gedaan met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming, komen voor aftrek in aanmerking. Rechtbank Breda heeft onlangs een uitspraak gedaan over de aftrekbaarheid van kosten. De zaak was als volgt.
Een bv – die een postorderbedrijf exploiteerde – sloot in 1998 een overeenkomst met een marketingbedrijf voor het verlenen van marketingadviezen. Als tegenprestatie was afgesproken dat het marketingbedrijf 20% van de aandelen ontving in de bv voor € 1. De betaalde prijs van € 1 was destijds in overeenstemming met de waarde in het economische verkeer van de aandelen. Het was voor het marketingbedrijf gebruikelijk om aandelenbelangen te verkrijgen in haar klanten om te voorkomen dat hij inkomsten zou mislopen als zijn marketingadviezen succes hadden, maar de klant besloot om geen gebruik meer te maken van zijn diensten. Daarnaast zou de bv iedere maand een vergoeding van $ 10.000 betalen aan het marketingbedrijf voor ontvangen marketingadviezen (hierna: ‘consultancy fees’). Met ingang van 2001 was het maandelijkse bedrag verhoogd naar $ 12.000 en met ingang van 2004 naar $ 16.000. De bv had de afgesproken consultancy fees iedere maand betaald. Soms had de bv de consultancy fees op verzoek van het marketingbedrijf aan een ander bedrijf betaald. De bv had in 1998 een omzet van € 907.560 en in 2003 van € 70 mln.
Bij de berekening van de winst voor de vennootschapsbelasting had de bv de consultancy fees als ondernemingskosten afgetrokken. Na een boekenonderzoek in 2004 was de inspecteur van mening dat de consultancy fees niet in aftrek mochten worden gebracht bij de berekening van de winst. Daarom had hij voor de jaren 2000 tot en met 2003 navorderingaanslagen vennootschapsbelasting opgelegd. De bv was het hier niet mee eens en ging in bezwaar en vervolgens in beroep bij Rechtbank Breda. De rechtbank moest beslissen of de consultancy fees terecht in aftrek waren gebracht bij de berekening van de winst voor de heffing van vennootschapsbelasting.
De eerste vraag die de rechtbank behandelde, was of de in aftrek gebrachte consultancy fees wel als zakelijk waren aan te merken. De rechtbank oordeelde dat de uitgaven op zakelijke gronden zijn gedaan. De bv had namelijk voldoende aangetoond dat de bedragen waren betaald voor de marketingadviezen. Daarnaast hechtte de rechtbank geloof aan de verklaring van de bv dat de overeenkomst ook werd nagekomen door aan een ander bedrijf te betalen.
Omdat de rechtbank oordeelde dat de uitgaven op zakelijke gronden zijn gedaan, moest nog de vraag worden beantwoord of de hoogte van de uitgaven zodanig was dat deze door geen redelijk denkend ondernemer met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming zouden zijn gedaan. De rechtbank vond van niet, omdat de bv had aangetoond dat ook de omzet in de periode 2000 tot en met 2003 was gestegen.
Kortom, de uitgaven voor marketingadviezen waren zakelijk en ook gerechtvaardigd door de ontwikkeling van de omzet. Daardoor mochten de consultancy fees in aftrek komen bij het berekenen van de winst.
Bron: Rechtbank Breda, 27-7-2009, nrs. AWB07/5072, AWB07/5073, AWB07/5074 en AWB07/5075 (gepubliceerd op 11-8-2009).