Samenvatting
De Hoge Raad heeft onlangs einduitspraak gedaan in een procedure over de aftrekbaarheid van hypotheekrente van een eigen woning in een specifieke situatie. Het betrof een in België woonachtige Nederlandse gemeenteambtenaar, Renneberg, die in 1996 en 1997 in dienst was bij de gemeente Maastricht. Hij verdiende nagenoeg zijn gehele inkomen in Nederland. Zijn eigen woning in België had hij gefinancierd met een hypothecaire lening. Bij de aanslagregeling over 1996 en 1997 weigerde de inspecteur de aftrek van hypotheekrente van de Belgische woning. De Hoge Raad had in 2006 aan het EG-Hof van Justitie prejudiciële vragen gesteld of het weigeren van de renteaftrek in strijd kwam met het beginsel van vrij verkeer van werknemers uit het EG-verdrag. Het EG-Hof beantwoordde in oktober 2008 die vraag bevestigend. De Hoge Raad heeft met inachtneming van het arrest van het EG-Hof nu einduitspraak gedaan. Dit hield in dat Renneberg wat betreft de fiscale behandeling van zijn Belgische woning op dezelfde wijze moest worden behandeld als inwoners van Nederland. Nu die woning voor hem duurzaam als hoofdverblijf fungeerde, was het huurwaardeforfait uit de (toenmalige) eigenwoningregeling van toepassing en had hij recht op aftrek van hypotheekrente. Hoewel de procedure betrekking heeft op jaren vóór de inwerkingtreding van de huidige Wet inkomstenbelasting 2001 en het nieuwe belastingverdrag met België, is het niet onmogelijk dat dit arrest ook nu nog van belang is. In de fiscale vakliteratuur wordt gewezen op enkele mogelijk discriminerende bepalingen in de huidige wet. Ook de staatssecretaris van Financiën heeft in zijn antwoord van 9 december 2008 op Kamervragen aangegeven dat nog wordt bestudeerd of het EG-arrest gevolgen heeft voor de huidige wet.
Volledig artikelDe Hoge Raad heeft onlangs einduitspraak gedaan in een spraakmakende procedure: de zaak Renneberg.
De procedure betrof een in België woonachtige Nederlandse gemeenteambtenaar, Renneberg, die in 1996 en 1997 in dienst was bij de gemeente Maastricht. Hij verdiende nagenoeg zijn gehele inkomen in Nederland. Zijn eigen woning in België had hij gefinancierd met een hypothecaire lening. Bij de aanslagregeling over 1996 en 1997 weigerde de inspecteur de aftrek van hypotheekrente van de Belgische woning.
De Hoge Raad had in 2006 aan het EG-Hof van Justitie gevraagd een prejudiciële beslissing te nemen over de vraag of het weigeren van de renteaftrek in bovengenoemde situatie in strijd kwam met het beginsel van vrij verkeer van werknemers uit het EG-verdrag. Het EG-Hof beantwoordde in oktober 2008 die vraag bevestigend. De Hoge Raad heeft vervolgens met inachtneming van het arrest van het EG-Hof nu einduitspraak gedaan. Dit hield in dat Renneberg wat betreft de fiscale behandeling van zijn Belgische woning op dezelfde wijze moest worden behandeld als inwoners van Nederland. Nu die woning voor hem duurzaam als hoofdverblijf fungeerde, was het huurwaardeforfait uit de (toenmalige) eigenwoningregeling van toepassing en had hij recht op aftrek van hypotheekrente.
Opmerkingen
Hoewel de procedure betrekking heeft op jaren vóór de inwerkingtreding van de huidige Wet inkomstenbelasting 2001 en het nieuwe belastingverdrag met België, is het niet onmogelijk dat dit arrest ook nu nog van belang is. In de fiscale vakliteratuur wordt gewezen op enkele mogelijk discriminerende bepalingen in de huidige wet. Zo rijst onder meer de vraag of de ‘terugploegregeling’ (voor buitenlands belastingplichtigen die kiezen voor dezelfde fiscale behandeling als inwoners van Nederland) bij de beëindiging van hun keuze als fiscale behandeling als inwoner van Nederland wel EU-proof is. Volgens de terugploegregeling moeten zij -kort gezegd- in het laatste jaar voorafgaand dat zij niet meer opteren voor dezelfde fiscale behandeling als inwoners van Nederland, een inkomensbijtelling in acht nemen die gelijk is aan het totaalbedrag van bepaalde aftrekposten over de voorafgaande acht jaren.
Ook de staatssecretaris van Financiën heeft in zijn antwoord van 9 december 2008 op Kamervragen aangegeven dat nog wordt bestudeerd of het EG-arrest gevolgen heeft voor de huidige wet.
Er is inmiddels al een uitspraak van Hof Den Bosch gekomen, waarin is beslist dat ook de huidige eigenwoningregeling in bepaalde situaties in strijd komt met het beginsel van vrij verkeer van werknemers uit het EG-verdrag. Zie hiervoor ons nieuwsbericht van 4 juni 2008.
Bron: Hoge Raad, 26-6-2009, nr. 39258bis.