Spoed vereist bij voortzetting 30%-regeling bij nieuwe werkgever

18 augustus 2009

Samenvatting

Uit het buitenland aangetrokken werknemers komen onder voorwaarden in aanmerking voor een fiscale faciliteit: de 30%-regeling. Onder de 30%-regeling kan de werkgever deze werknemers gedurende ten hoogste tien jaar een belastingvrije vergoeding verstrekken voor de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst. Eén van de voorwaarden is dat de betrokken werknemer specifiek deskundig is, welke deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of slechts schaars aanwezig is. De werknemer kan gedurende de periode van tien jaar ook van baan veranderen zonder dat de 30%-regeling vervalt. Daarvoor is maximaal drie maanden de tijd, anders wordt de vereiste schaarse deskundigheid op de Nederlandse markt niet langer aanwezig verondersteld. Rechtbank Breda heeft onlangs in deze zin beslist.

Volledig artikel

Uit het buitenland aangetrokken werknemers komen onder voorwaarden in aanmerking voor een fiscale faciliteit: de 30%-regeling. Voor naar het buitenland uitgezonden werknemers bestaat onder iets andere voorwaarden dezelfde faciliteit. Onder de 30%-regeling voor uit het buitenland aangetrokken werknemers kan de werkgever deze werknemers gedurende ten hoogste tien jaar een belastingvrije vergoeding verstrekken voor de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst. Eén van de voorwaarden is dat de betrokken werknemer specifiek deskundig is, welke deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of slechts schaars aanwezig is. De werknemer kan gedurende de periode van tien jaar ook van baan veranderen zonder dat de 30%-regeling vervalt. Maar dan moet wel sprake zijn van een snelle overstap. Dit blijkt onder meer uit een recente uitspraak van Rechtbank Breda. De procedure was als volgt.
 
Een vrouw was tot 1 april 2007 in dienstbetrekking bij een ziekenhuis en kwalificeerde voor de toepassing van de 30%-regeling. Op 31 juli 2007 had ze gesolliciteerd naar de functie van neuroloog bij een ander ziekenhuis. De sollicitatie was succesvol want ze trad op 28 augustus 2007 in dienst bij het tweede ziekenhuis. De vrouw en het ziekenhuis verzochten om voortzetting van de bestaande 30%-regeling. De inspecteur wees het verzoek echter af. De zaak kwam voor Rechtbank Breda.
 
De rechtbank wees op de toelichting op een bepaling uit de 30%-regeling over de voortzetting van deze regeling bij een wijziging van dienstbetrekking en op een arrest van de Hoge Raad van 28 april 2006. Volgens de bepaling over voortzetting van de 30%-regeling mag tussen het einde van de tewerkstelling bij de oude werkgever en de aanvang van de tewerkstelling bij de nieuwe werkgever maximaal drie maanden liggen. Volgens de toelichting op deze bepaling en het arrest dient de beperkte tijdsperiode voor de overstap om tot uitdrukking te brengen dat de betrokken werknemer over specifieke deskundigheid beschikt die op de Nederlandse markt niet of schaars aanwezig is.
 
De vrouw stelde voor de rechtbank dat ze in april / mei 2007 al telefonische gesprekken had gevoerd met collega-neurologen over een (mogelijk) dienstverband bij de nieuwe (huidige) werkgever. Verder was de maatschap van neurologen waaronder de vrouw zou komen te ressorteren, in juni 2007 al akkoord gegaan met de indiensttreding.
 
De rechtbank stelde voorop dat bij voortzetting van de 30%-regeling bij een nieuwe werkgever sprake moet zijn van daadwerkelijke indiensttreding van de betrokken werknemer bij de nieuwe werkgever. Dit houdt in dat het arbeidscontract moet zijn ondertekend. Dit gebeurde pas buiten de driemaandsperiode, namelijk op 23 augustus 2007. Dat de maatschap van neurologen al in juni 2007 akkoord was gegaan met de indiensttreding vond de rechtbank van geen belang. De maatschap was namelijk niet de uiteindelijke nieuwe werkgever, maar het ziekenhuis. De rechtbank trok daarop de conclusie dat op het moment dat de vrouw op 23 augustus 2007 in dienst trad bij het tweede ziekenhuis, geen sprake meer was van schaarse specifieke deskundigheid en verklaarde het beroep ongegrond.
 
Opmerking
In het arrest van de Hoge Raad van 28 april 2006 stond ook de overschrijding van de driemaandsperiode centraal. De nieuwe werkgever, een eigen bv, moest nog worden opgericht. De Hoge Raad vond voor de voortzetting van de 30%-regeling in dit geval essentieel dat de betrokken werknemer binnen drie maanden na afloop van de vorige dienstbetrekking een overeenkomst had gesloten met een eigen bv i.o., op grond waarvan de werknemer in de voorperiode reeds werkzaamheden voor deze bv verrichtte en aansluitend in dienst trad bij die vennootschap.

Bron: Rechtbank Breda, 29-7-2009, nr. 08/3797 (gepubliceerd 13-8-2009).