Belastingnieuws Binnenlands Bestuur 2010/2

12 augustus 2010

Samenvatting

In deze editie van Belastingnieuws Binnenlands Bestuur komen de volgende onderwerpen aan bod: de werkkostenregeling en loonbelasting, belastingvoordeel door dienstverlening, een procedure rondom saldering huur en exploitatiesubsidie, ontwikkelingen rondom het begrip bouwterrein en de evaluatie van het BTW-compensatiefonds.

Volledig artikel

Belastingnieuws Binnenlands Bestuur is een nieuwe nieuwsbrief met fiscale ontwikkelingen die met name interessant zijn voor gemeenten, provincies en waterschappen. In deze tweede editie van Belastingnieuws Binnenlands Bestuur komen de volgende onderwerpen aan bod: de werkkostenregeling en loonbelasting, belastingvoordeel door dienstverlening, een procedure rondom saldering huur en exploitatiesubsidie, ontwikkelingen rondom het begrip bouwterrein en de evaluatie van het BTW-compensatiefonds.

Werkkostenregeling en loonbelasting
Gemeenten,waterschappen en provincies krijgen met ingang van 1 januari 2011 als werkgever te maken met de nieuwe wetgeving rondom de ‘werkkostenregeling’. De regeling houdt in dat de werkgever op jaarbasis maximaal 1,4% van de loonsom belastingvrij mag verstrekken of vergoeden. Wat bovenop deze 1,4% van de loonsom wordt vergoed of verstrekt zal (met uitzondering van een aantal 'gerichte' vrijstellingen) worden belast met een eindheffing (werkgeversheffing) tegen een tarief van 80%. Tot en met 2013 kan een keuze worden gemaakt tussen toepassing van de nieuwe werkkostenregeling of toepassing van het huidige regime voor vergoedingen en verstrekkingen.
 
Het is belangrijk dat binnen organisaties nu al wordt nagedacht over het meest voordelige tijdstip van invoering van de regeling en de wijze waarop de arbeidsvoorwaarden op peil worden gehouden, zonder dat de organisatie te maken krijgt met hogere loonkosten. Als voorbereiding op deze keuze en om de zaken helder te krijgen is het noodzakelijk de vergoedingen en verstrekkingen tijdig te inventariseren en te zorgen voor de juiste inrichting van de salarisadministratie.
 
Er breken dus drukke tijden aan om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Desgewenst kan ondersteuning worden geboden bij het maken van deze keuze door bijvoorbeeld het organiseren van een workshop of het kosteloos verstrekken van een beslissingsmodel.

Belastingvoordeel door dienstverlening
Een stichting houdt zich bezig met het promoten van een gemeente om toerisme, economische bedrijvigheid en toeloop van studenten te bevorderen. De gemeente verleent aan de stichting een subsidie om de activiteiten te bekostigen. Aan anderen brengt de stichting geen vergoeding in rekening; de stichting verricht haar werkzaamheden ‘om niet’. De stichting is in een dergelijke situatie niet aan te merken als btw-ondernemer en kan de inkoop-btw niet verrekenen met de belastingdienst. De inkoop-btw vormt voor de stichting dan ook een kostenpost. De gemeente subsidieert aldus ook de kosten van inkoop-btw van de stichting.

Het BTW-compensatiefonds biedt gemeenten mogelijkheden om de bovenvermelde kosten van de inkoop-btw weg te nemen. In de eerste plaats kan de stichting worden omgevormd tot een zogenoemde gemeentelijke stichting. De inkoop-btw kan alsdan worden doorgeschoven naar de gemeente die onder voorwaarden de ‘doorschuif-btw’ kan compenseren bij het BTW-compensatiefonds. In de tweede plaats kunnen stichting en gemeente een dienstverleningsovereenkomst sluiten. Als de stichting en de gemeente een dergelijke overeenkomst sluiten, dan is de stichting btw-ondernemer en is de door haar verzorgde dienstverlening ‘belast’ met btw. Deze verschuldigde btw wordt op basis van de gemeentelijke subsidie berekend. De gemeente kan de door haar betaalde btw claimen bij het BTW-compensatiefonds. Omdat de dienstverlening van de stichting belast is met btw kan de stichting haar inkoop-btw verrekenen met de belastingdienst. Bij toepassing van dit model vormt de btw dan geen kostenpost meer.

Volgens de hoogste belastingrechter mogen belastingplichtigen hun activiteiten op een wijze inrichten die voor hen fiscaal het meest profijtelijk is. Het omzetten van een subsidierelatie in een dienstverleningsovereenkomst vormt dan ook geen misbruik van recht. Wel moet worden bedacht dat Europese en gemeentelijke aanbestedingsregels kunnen spelen.

Procedure inzake saldering huur en exploitatiesubsidie
Een gemeente heeft een aangekocht gebouw verbouwd tot een multifunctionele accommodatie en deze belast met btw verhuurd aan een exploitant. De btw die is betaald in verband met de verbouwing heeft de gemeente vanwege de met btw-belaste verhuur in aftrek genomen. De gemeenteraad heeft om de verbouwing te bekostigen een investeringskrediet verleend van € 2,5 miljoen. Aan de huurder is door de gemeente een jaarlijkse huurbonus toegekend. De huur is formeel ingegaan op 1 juni 2007 en de huur over 2007 kan door de exploitant geheel worden bekostigd uit de (door de gemeente) toegekende exploitatiebijdrage. De afspraken inzake de verhuur en de exploitatiebijdrage zijn vastgelegd in één overeenkomst. De belastingdienst stelt dat geen sprake is van verhuur, omdat per saldo niets of heel weinig aan huur wordt betaald in relatie tot de waarde van het gebouw. Omdat geen sprake is van verhuur (geen prestatie tegen vergoeding) handelt de gemeente bij het ter beschikking stellen van het gebouw niet als btw-ondernemer en heeft de gemeente geen recht op aftrek van de inkoop-btw. Rechtbank Breda heeft dit standpunt van de belastingdienst bevestigd. De gemeente heeft beroep ingesteld bij Hof ’s-Hertogenbosch. Om deze discussies te voorkomen had de gemeente de afspraken inzake de huur en de te verstrekken exploitatiebijdragen in ieder geval in aparte overeenkomsten moeten vastleggen.

Ontwikkelingen rondom het begrip ‘bouwterrein’ (HvJ EU zaak Don Bosco)
De Europese btw-richtlijn verplicht lidstaten om in hun btw-regelgeving de bepaling op te nemen dat de levering van een bouwterrein is belast met btw. Nederland heeft in de Wet op de omzetbelasting 1968 opgenomen dat als bouwterrein wordt aangemerkt: onbebouwde grond
a) waaraan bewerkingen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden;
b) ten aanzien waarvan voorzieningen worden of zijn getroffen; of
c) ter zake waarvan een bouwvergunning is verleend;
dit alles met het oog op de bebouwing van de grond.
 
Als een bouwterrein door een btw-ondernemer wordt geleverd is 19% btw verschuldigd. De koper / verkrijger is (in principe) geen overdrachtsbelasting verschuldigd op grond van de samenloopvrijstelling.

Don Bosco Onroerend Goed BV heeft in 1998 onder andere een voormalig schoolgebouw gekocht. De verkopende stichting zou conform de afspraken het gebouw volledig slopen en de na sloop verkregen grond als bouwterrein leveren. Op het moment van notarieel transport was echter slechts een beperkt deel van het gebouw gesloopt. Volgens de belastingdienst was geen bouwterrein geleverd maar een oud gebouw, zodat de levering was vrijgesteld van btw en de verkrijging derhalve belast was met overdrachtsbelasting. De samenloopvrijstelling gold niet, omdat de levering niet is belast met btw. De verschuldigde overdrachtsbelasting vormt voor de ontwikkelaar een kostenpost. Een juridische procedure volgde en het Europese Hof van Justitie (hierna: ‘HvJ EU’) is gevraagd op welke wijze het begrip ‘bouwterrein’ moet worden geïnterpreteerd. 

Het HvJ EU oordeelde dat de verkoper vanuit het oogpunt van de btw twee prestaties had verricht: de levering en sloop van een onroerende zaak. De twee prestaties hingen volgens het HvJ EU echter zo nauw met elkaar samen dat sprake was van één ondeelbare prestatie waarvan het doel was om onbebouwde grond te leveren. Dat de opstal ten tijde van de juridische levering nog niet geheel was gesloopt doet daaraan niet af volgens het HvJ EU. De Hoge Raad zal nu moeten oordelen of de onbebouwde grond kan worden aangemerkt als een btw-bouwterrein in de zin van de Nederlandse btw-regelgeving. Advocaat-Generaal Van Hilten heeft in haar (op 9 juli 2010 gepubliceerde) conclusie geconcludeerd dat inderdaad een btw-bouwterrein is geleverd. Nu moet worden gewacht op het eindoordeel van de Hoge Raad.

In een besluit heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat grond waarop een gedeeltelijk gesloopt gebouw aanwezig is bebouwde grond betreft. Het is de verwachting dat het voormelde onderdeel uit het besluit na het oordeel van de Hoge Raad zal moeten worden aangepast. Gemeenten kunnen zolang het besluit niet is gewijzigd meewerken aan transacties waarbij grond met bebouwing, zoals een fundering, wordt geleverd en de sloop na de levering wordt afgerond. In deze opzet is overdrachtsbelasting en geen btw verschuldigd, hetgeen profijtelijk is als de verkrijgende koper geen btw in aftrek kan nemen. In voorkomende situaties kan de gemeente zich (zekerheidshalve) ook nu reeds beroepen op de door het HvJ EU voorgestelde toepassing van het recht. 

Evaluatie BTW-compensatiefonds
Uit de junicirculaire ‘Gemeentefonds 2010’ blijkt dat de beleidsdoorlichting van het BTW-compensatiefonds zich in de afrondende fase bevindt. De doorlichting is gericht op de effectiviteit en doelmatigheid van het BTW-compensatiefonds over de periode 2003-2009. Volgens de junicirculaire is de afronding van het rapport voorzien voor eind juni 2010. In een komende nieuwsbrief zullen de uitkomsten aan de orde komen.

Bron: Belastingnieuws Binnenlands Bestuur 2010/2 van PricewaterhouseCoopers.