Hoge Raad stelt grenzen aan Nederlands heffingsrecht over pensioenaanspraken bij emigratie

22 juni 2009

Samenvatting

Op 19 juni jl. heeft de Hoge Raad vier arresten gewezen waarin de Hoge Raad Nederland wegens schending van de goede verdragstrouw niet heeft toegestaan om te heffen over pensioen- en lijfrenteaanspraken. Drie arresten betroffen een ‘exitheffing’ over pensioenaanspraken onder de verdragen met Korea, Filippijnen en Frankrijk. De vierde zaak betrof de afkoop als buitenlands belastingplichtige van in Nederland met premieaftrek opgebouwde lijfrenteaanspraken door een Belgische ingezetene. In een afzonderlijk nieuwsbericht komen we op het arrest over de lijfrenteaanspraken terug.

Volledig artikel

Op 19 juni jl. heeft de Hoge Raad vier arresten gewezen waarin de Hoge Raad Nederland wegens schending van de goede verdragstrouw niet heeft toegestaan om te heffen over pensioen- en lijfrenteaanspraken. Drie arresten betroffen een ‘exitheffing’ over pensioenaanspraken onder de verdragen met Korea, Filippijnen en Frankrijk. De vierde zaak betrof de afkoop als buitenlands belastingplichtige van in Nederland met premieaftrek opgebouwde lijfrenteaanspraken door een Belgische ingezetene. We gaan in dit nieuwsbericht alleen in op de drie arresten over de pensioenaanspraken en komen in een afzonderlijk bericht terug op het arrest over de lijfrenteaanspraken.
 
In alle drie gevallen was voor het jaar 2001 wegens emigratie naar respectievelijk Korea, Filippijnen en Frankrijk een conserverende aanslag opgelegd waarbij een belastbaar feit werd aangenomen op het onmiddellijk aan de emigratie voorafgaande tijdstip. In deze drie gevallen was in het relevante belastingverdrag de heffingsbevoegdheid over pensioen en andere soortgelijke beloningen (waaronder afkoopsommen vallen) toegewezen aan de woonstaat.
De Hoge Raad herhaalt een kernoverweging uit zijn drie arresten van 20 februari 2009 over de exitheffing in aanmerkelijkbelangsituaties: “Een heffing die aangrijpt bij emigratie kan evenwel in strijd komen met de goede trouw die in acht moet worden genomen bij de uitlegging en toepassing van het belastingverdrag tussen de betrokken staten, als daarmee een voordeel wordt belast dat naar zijn werkelijke aard bezien – al dan niet potentieel - ter heffing is toegewezen aan de immigratiestaat.”
 
De Hoge Raad erkent dat op de toekenning van een pensioenaanspraak het verdragsartikel over onzelfstandige arbeid van de desbetreffende verdragen van toepassing is. Nederland maakt echter geen gebruik van dit heffingsrecht. Het stelt immers deze bate onvoorwaardelijk vrij van belasting wanneer sprake is van een pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting. Inkomsten die naderhand voortvloeien uit de toegekende pensioenaanspraak, worden uitsluitend bestreken door het pensioenartikel van het verdrag, aldus de Hoge Raad.
 
De fictie uit een specifieke wetsbepaling van de Wet inkomstenbelasting 2001 kan de bij toekenning vrijgestelde aanspraak niet alsnog onder de werkingssfeer van het pensioenartikel weghalen, omdat de fictie niet de destijds vrijgestelde aanspraak alsnog belast maar de waarde in het economische verkeer van de opgebouwde aanspraken.
 
Een tweede kernoverweging van de Hoge Raad is vervolgens, kort samengevat, dat zonder de fictie alle inkomsten uit de pensioenaanspraken (zowel de normaal uitgekeerde pensioentermijnen als de afkoopsom) uitsluitend belastbaar zouden zijn in de woonstaat. Onder die omstandigheden komt een fictie, op grond waarvan de waarde van de opgebouwde pensioenrechten als loon in de Nederlandse heffing wordt betrokken op een ondeelbaar moment voorafgaand aan de emigratie, in strijd met de goede verdragstrouw. Het feit dat de betrokken personen uit de fiscale procedures op het moment waarop de Wet inkomstenbelasting 2001 het belastbare feit fingeerde, nog in Nederland woonden, doet aan deze conclusie niet af.
 
Op dezelfde dag als de hier besproken arresten zijn gepubliceerd, heeft staatssecretaris De Jager van Financiën per brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat hij nog voor het zomerreces dat start op 3 juli a.s. een wetsvoorstel zal indienen. Het wetsvoorstel moet voorkomen dat afkoop of andere verboden handelingen met in Nederland gefaciliteerd opgebouwde pensioen- en lijfrenteaanspraken kunnen plaatsvinden zonder dat Nederland het verleende belastinguitstel kan terugnemen. Het wetsvoorstel moet terugwerkende kracht krijgen tot 19 juni 2009.
 
Opmerking
Duidelijk is dat het wetsvoorstel vanaf 19 juni 2009 moet veiligstellen dat conserverende aanslagen kunnen worden opgelegd bij emigratie naar landen waarmee Nederland verdragen heeft gesloten die Nederland geen enkel heffingsrecht geven over al dan niet periodieke pensioen- en lijfrente-uitkeringen. Uit de arresten kan worden afgeleid dat geen sprake is van schending van goede verdragstrouw (treaty override) als Nederland de conserverende aanslag beperkt tot de destijds vrijgestelde pensioenaanspraken resp. tot de in aftrek gebrachte lijfrentepremies. De nieuwe wetgeving zou dus de heffingsrechten van Nederland bij emigratie moeten inperken. Minder duidelijk is of ook met nieuwe wetgeving zal worden geprobeerd bestaande situaties van reeds opgelegde en nog niet onherroepelijk vaststaande conserverende aanslagen onder dergelijke verdragen te treffen om zo te voorkomen dat op grote schaal wordt overgegaan tot afkoop binnen de tienjaarstermijn.
 
Bron: Hoge Raad, 19-6-2009, nrs. 43978, 07/13267 en 08/02288; Ministerie van Financiën, 19-6-2009, nr. DB/2009/329 M.