De nieuwe btw-regels vanaf 2010 nader bekeken

23 april 2009

Samenvatting

Als onderdeel van een grootscheepse, gefaseerde aanpassing van de btw-regelgeving op Europees niveau wijzigt per 1 januari 2010 een groot aantal btw-regels in de hele EU. Met name de regels die bepalen waar voor de heffing van btw een dienst wordt verricht (“plaats-van-dienst”-regels), worden gewijzigd. In 2011, 2013 en 2015 volgt nog een aantal kleinere wijzigingen. Enerzijds leiden de wijzigingen tot vereenvoudigingen. Anderzijds leiden zij tot nieuwe verplichtingen, voornamelijk op het administratieve vlak. De lidstaten moeten deze Europese regels omzetten in nationale regelgeving. Recentelijk zijn in dat kader de voorstellen tot wijziging van de Nederlandse regelgeving gepubliceerd. In de volledige tekst bij dit bericht vind u meer details over de op handen zijnde wijzigingen.

Volledig artikel

Als onderdeel van een grootscheepse, gefaseerde aanpassing van de btw-regelgeving op Europees niveau wijzigt per 1 januari 2010 een groot aantal btw-regels in de hele EU. Met name de regels die bepalen waar voor de heffing van btw een dienst wordt verricht (“plaats-van-dienst”-regels), worden gewijzigd. In 2011, 2013 en 2015 volgt nog een aantal kleinere wijzigingen. Enerzijds leiden de wijzigingen tot vereenvoudigingen. Anderzijds leiden zij tot nieuwe verplichtingen, voornamelijk op het administratieve vlak. De lidstaten moeten deze Europese regels omzetten in nationale regelgeving. Recentelijk zijn in dat kader de voorstellen tot wijziging van de Nederlandse regelgeving gepubliceerd. Hierna gaan wij in op de voorgestelde wijzigingen.

Plaats van dienst vanaf 2010
Diensten waarvoor geen specifieke regel geldt, worden tot 1 januari 2010 voor de btw verricht waar de dienstverrichter woont of is gevestigd. Vanaf 1 januari 2010 verandert deze “hoofdregel”.

Voor diensten die worden verricht aan ondernemers (zogenoemde “B2B-diensten”) geldt als hoofdregel dat deze diensten voor de btw worden verricht waar de afnemer woont of is gevestigd. De afnemer van een dergelijke dienst moet dan de verschuldigde btw in de eigen aangifte als te betalen btw verantwoorden (“verlegging”). Voor zover deze afnemer een recht op aftrek bezit, kan hij deze btw op dezelfde aangifte weer in aftrek brengen. Als gevolg van deze nieuwe B2B-hoofdregel, in combinatie met de ruime toepassing van de “verleggingsregeling”, zal vanaf 1 januari 2010 bij grensoverschrijdende dienstverlening in minder gevallen daadwerkelijk btw in rekening worden gebracht (en hoeven te worden teruggevraagd). In afwijking van de hoofdregel bestaan voor een aantal diensten echter specifieke regels.

De regels die zien op diensten aan afnemers die geen btw-ondernemers zijn (zogenoemde “B2C-diensten”) veranderen minder ingrijpend.
 
Listings
Per 1 januari 2010 moeten ondernemers die “hoofdregel”diensten verrichten aan ondernemers in andere EU-landen, deze diensten periodiek via internet in een lijst (“listing”) verantwoorden. Deze diensten moeten worden uitgesplitst naar bedrag per btw-nummer van elke afnemer. Diensten die in het land van de ontvanger zijn vrijgesteld, moeten niet in de listing worden opgenomen.

De listing moet in beginsel maandelijks bij de belastingdienst worden ingediend, maar ondernemers hebben de mogelijkheid dit per kwartaal te doen. Deze keuze zullen zij tijdig aan de belastingdienst kenbaar moeten maken.
 
Buitenlandse (EU) btw terugvragen
Per 1 januari 2010 wordt het voor in de EU gevestigde ondernemers eenvoudiger om buitenlandse (EU) btw terug te vragen. De nieuwe procedure is ook van toepassing op buitenlandse btw die in 2009 wordt betaald. Vanaf 1 januari 2010 is het niet meer nodig om per post de documenten en alle originele facturen naar iedere afzonderlijke buitenlandse belastingdienst te sturen. Nederlandse ondernemers kunnen vanaf die datum de buitenlandse btw op elektronische wijze via de Nederlandse belastingdienst terugvragen. De Nederlandse belastingdienst beoordeelt dan de verzoeken en zorgt ervoor dat deze bij de desbetreffende buitenlandse instanties terechtkomen.

Een nieuw element in de teruggaafverzoeken is dat de kosten, waarover de btw wordt teruggevraagd, in een tiental categorieën moeten worden ingedeeld (negen specifieke categorieën en een categorie “overig”). Daarnaast moet de verzoeker exact aangeven hoeveel recht op aftrek bestaat in het land van vestiging. Ook nieuw is dat de buitenlandse belastingdiensten de verzoeken binnen een bepaalde tijd moeten behandelen. Bij overschrijding van deze periode moeten zij rente betalen.
 
Moment van belastbaarheid
Een regel die niet leidt tot vereenvoudiging, is de regel die bepaalt op welk moment btw verschuldigd is bij “verlegging”, dus indien de afnemer van de dienst de in zijn lidstaat verschuldigde btw in zijn aangifte moet opnemen als verschuldigde btw. De btw wordt dan verplicht verschuldigd op het moment waarop de dienst wordt verricht.

De afnemers van deze diensten zullen in veel gevallen niet (kunnen) weten op welk moment of voor welk bedrag deze diensten aan hen zijn verricht. Zij zijn over het algemeen afhankelijk van de informatie die wordt verstrekt op facturen van de dienstverrichters. Als zij de facturen voor deze diensten ontvangen na het moment waarop de btw volgens de nieuwe regels verschuldigd is, zullen zij deze btw te laat voldoen. Dit is vooral een knelpunt voor afnemers die geen of slechts een gedeeltelijk recht op aftrek hebben, omdat zij de verlegde btw daadwerkelijk verschuldigd worden.

Ook bestaat bij grensoverschrijdende dienstverrichtingen binnen de EU de kans op “mismatches” met de door de buitenlandse dienstverrichter ingediende listings en de door de ontvangers aan te geven btw over deze diensten. Dit zou kunnen leiden tot vragen van de belastingdienst.

Belangrijk: wat nu te doen?
De datum van 1 januari 2010 is dichterbij dan het lijkt, en er moet veel gebeuren:

  • Ondernemers moeten voor het bepalen van de plaats van dienst en voor het invullen van de listings, zeker weten dat hun (EU-)afnemers ondernemers zijn. Daartoe moeten deze afnemers hun btw-nummers opgeven en zullen de ondernemers deze btw-nummers moeten verifiëren via de Nederlandse belastingdienst. Als een afnemer zijn btw-nummer aan een ondernemer geeft en de ondernemer dit nummer bij de belastingdienst heeft geverifieerd, mag de ondernemer er bij het verrichten van zijn diensten van uitgaan dat deze diensten aan een ondernemer worden verricht.
  • Ondernemers zullen hun ERP-systemen aan de nieuwe regelgeving moeten aanpassen. Een aandachtspunt daarbij is dat de ERP-systemen de gegevens moeten kunnen produceren, die nodig zijn om de listings op te stellen. Van belang is ook dat eventuele verwijzigingen naar specifieke wetsartikelen op de huidige facturen worden aangepast.
  • De procedures voor het terugvragen van buitenlandse btw moeten worden aangepast. Verder moeten ondernemers die listings per kwartaal willen indienen, dat tijdig bij de belastingdienst kenbaar maken.
  • Iedereen die binnen uw organisatie betrokken is bij de verwerking van inkomende facturen, het opmaken van uitgaande facturen en het invullen van de btw-aangiften en listings, moet voor 1 januari 2010 op de hoogte worden gebracht van de wijzigingen en moet worden getraind.

Bron: Ministerie van Financiën, 7-4-2009, nr. 31907.