Gebruikelijk loon lager dan door inspecteur bij naheffing is vastgesteld

27 augustus 2009

Samenvatting

Onlangs heeft Rechtbank Haarlem uitspraak gedaan in een zaak waarin de hoogte van het gebruikelijk loon ter discussie stond. Na een belastingcontrole had de inspecteur het gebruikelijk loon hoger vastgesteld dan in de loonaangifte was opgenomen. Hiervoor werd een naheffingsaanslag opgelegd, die de inspecteur handhaafde in de bezwaarfase. Het vervolgens bij de rechtbank ingestelde beroep van de werkgever slaagde deels. De rechtbank stelde het gebruikelijk loon vast op een lager bedrag dan de correctie van de inspecteur, maar op een hoger bedrag dan in de loonaangifte was opgenomen.

Volledig artikel

Onlangs heeft Rechtbank Haarlem uitspraak gedaan in een zaak waarin de hoogte van het gebruikelijk loon ter discussie stond. Na een belastingcontrole had de inspecteur het gebruikelijk loon hoger vastgesteld dan in de loonaangifte was opgenomen. Hiervoor werd een naheffingsaanslag opgelegd, die de inspecteur handhaafde in de bezwaarfase. Het vervolgens bij de rechtbank ingestelde beroep van de werkgever slaagde deels. De rechtbank stelde het gebruikelijk loon vast op een lager bedrag dan de correctie van de inspecteur, maar op een hoger bedrag dan in de loonaangifte was opgenomen. 

De werkgever is een holdingmaatschappij waarin een directeur-grootaandeelhouder (dga) alle aandelen houdt en van waaruit werkzaamheden voor een andere vennootschap worden verricht. De dga is in loondienst bij de holdingmaatschappij. Daarom is voor hem als dga de ‘gebruikelijk loon’-regeling van toepassing en dient in beginsel een loon van € 40.000 in aanmerking te worden genomen. Van dit bedrag kan worden afgeweken, indien aannemelijk wordt gemaakt dat een hoger of lager loon in de desbetreffende situatie gebruikelijk is. De bewijslast dat het gebruikelijk loon minder bedraagt, rust op de werkgever. De bewijslast dat het gebruikelijk loon meer bedraagt, ligt in beginsel bij de inspecteur.
 
In de onderhavige zaak nam de belastingdienst het standpunt in dat het door de werkgever in de loonaangifte opgenomen loon in belangrijke mate (meer dan 30%) afweek van hetgeen gebruikelijk is in situaties van soortgelijke dienstbetrekkingen. De inspecteur stelde het gebruikelijk loon op een hoger bedrag vast aan de hand van de verstrekte managementvergoeding en onder aftrek van uit de jaarrekening blijkende kosten. In de bezwaarfase bleef de beslissing van de inspecteur gehandhaafd. De werkgever kwam vervolgens tegen de beslissing in beroep.
 
De rechtbank concludeerde dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat het door de dga in aanmerking genomen loon in belangrijke mate afweek van het loon dat gebruikelijk is voor soortgelijke dienstbetrekkingen. De berekening van de rechtbank leidde dan ook tot een hoger bedrag dan het door de werkgever in de loonaangifte opgenomen gebruikelijk loon, maar tot een lager bedrag dat het loon dat de belastingdienst had berekend.
 
Uit deze uitspraak blijkt maar weer eens dat de vaststelling van de hoogte van het gebruikelijk loon afhankelijk is van de feiten en omstandigheden. Indien een vergelijking met soortgelijke dienstbetrekkingen binnen of buiten de eigen organisatie geen uitsluitsel biedt, is het raadzaam om de hoogte van het gebruikelijk loon met de belastingdienst af te stemmen.
 
In Belastingnieuws van 27 mei 2009 hebben wij u al geďnformeerd over de fiscale positie van de dga in de toekomst. Zo hoeft het gebruikelijk loon dat niet hoger is dan € 5.000 per jaar naar verwachting vanaf 1 januari 2010 niet meer in de loonheffingen te worden betrokken.
 
Bron: Rechtbank Haarlem, 15-7-2009, nr. AWB 08/7083.