Samenvatting
Lichamen die alleen of in groepsverband of in concernverband speur- en ontwikkelingswerk (s&o) verrichten, komen onder voorwaarden in aanmerking voor de afdrachtvermindering loonheffing s&o. Indien binnen concernverband reeds lopende speur- en ontwikkelingsactiviteiten worden ondergebracht in een nieuw opgerichte concernvennootschap, kan dit onder omstandigheden nadelig zijn voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk. Dit blijkt uit een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Vanwege het feit dat een nieuwe vennootschap werd opgericht, moest van een forfaitair uurloon worden uitgegaan in plaats van het gemiddelde werkelijke uurloon van de s&o-werknemers. Voor dit laatste uurloon worden de daadwerkelijk betaalde lonen van de s&o-medewerkers meegenomen in een bepaalde berekeningsformule. Het zal meestal voorkomen dat het gemiddelde uurloon niet gelijk is aan het forfaitaire uurloon. In de situatie waarbij het forfaitaire uurloon lager is dan het gemiddelde uurloon, zal de afdrachtvermindering s&o dus ook slechts tot een lager bedrag worden toegekend. In de procedure voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven was dit laatste het geval.
Volledig artikelTechnologisch vernieuwende bedrijven kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van een fiscale faciliteit: de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (hierna s&o). Het betreft een vermindering van de af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen voor werknemers die betrokken zijn bij speur- en ontwikkelingswerk en waarvoor een zogenoemde s&o-verklaring is afgegeven. De vermindering bedraagt (in 2009) kort gezegd: 14% van het ‘gemiddelde uurloon’ vermenigvuldigd met het aantal uren dat werknemers van het s&o-lichaam in de betreffende s&o-periode naar verwachting aan speur- en ontwikkelingswerk zullen besteden. Het bedrag van de op deze wijze berekende afdrachtvermindering mag (eenmalig) worden verhoogd met 28% voor zover dat bedrag in het kalenderjaar niet uitgaat boven € 110.000. Een s&o-lichaam komt per kalenderjaar voor maximaal € 8,0 mln. (2009) aan afdrachtvermindering s&o in aanmerking. Het eerdergenoemde maximum geldt ook voor lichamen die samen deel uitmaken van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.
De regels voor de bepaling van (de hoogte van) het gemiddelde uurloon is de laatste jaren enige malen gewijzigd. Sinds 1 januari 2009 wordt het gemiddelde uurloon gebaseerd op de (fiscale) lonen en de verloonde uren van de werknemers die s&o hebben verricht in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de afdrachtvermindering betrekking heeft (s&o-referentiejaar). Indien in het s&o-referentiejaar geen speur- en ontwikkelingswerk is verricht geldt een forfaitair uurloon (2009: € 29). Het gemiddelde uurloon is de som van de lonen van die werknemers genoten bij die s&o-inhoudingsplichtige over het desbetreffende referentiejaar gedeeld door de som van de in dat jaar aan deze werknemers verloonde uren, nadat de verloonde uren zijn vermenigvuldigd met de factor 0,85 als forfaitaire correctie voor (betaalde) verlofuren. De uitkomst van deze deling wordt naar boven afgerond op een veelvoud van € 5. In gevallen waarin deze berekeningsformule tot ongerijmde uitkomsten zou leiden, geldt een ander berekeningsvoorschrift.
Indien binnen concernverband reeds lopende speur- en ontwikkelingsactiviteiten worden ondergebracht in een nieuw opgerichte concernvennootschap, kan dit onder omstandigheden leiden tot een lagere afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk. Dit blijkt uit een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De procedure betrof een op 1 januari 2007 opgerichte bv die onderdeel uitmaakte van een concern. De werknemers van de bv waren afgesplitst van een vennootschap waar tot 1 januari 2007 alle werknemers van dat concern in dienst waren. Tot deze datum was laatstgenoemde vennootschap de aanvrager van s&o-verklaringen. De bv diende kort vóór aanvang van het eerste halfjaar en kort voor aanvang van het tweede halfjaar 2007 s&o-verklaringen aan voor diverse projecten in die s&o-perioden. SenterNovem had de aanvragen gedeeltelijk toegewezen en was daarbij uitgegaan van een forfaitair gemiddeld s&o-uurloon van € 28. Volgens SenterNovem moest de bv als een nieuwe s&o-inhoudingsplichtige worden aangemerkt waardoor geen sprake kon zijn van een gemiddeld uurloon uit een eerder s&o-referentiejaar. In dat geval moest van het voor 2007 geldende forfaitaire gemiddeld s&o-uurloon worden uitgegaan.
De bv was van mening dat van een hoger gemiddeld uurloon moest worden uitgegaan. De bv stelde dat ze als de voortzetting van de andere vennootschap kon worden beschouwd en daardoor een beroep kon doen op de door die vennootschap in 2005 uitgevoerde s&o-activiteiten. De afsplitsing had niet tot verandering van de inhoud van dienstbetrekkingen geleid en evenmin tot wijziging van de samenstelling van de groep werknemers. De zaak kwam voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: het College).
Het College was van oordeel dat in onderhavige procedure sprake was van een afsplitsing van een nieuwe juridische en
titeit van een reeds bestaande s&o-inhoudingsplichtige per 1 januari 2007. De bv had aldus in 2005 geen werknemers in dienst gehad die s&o-werkzaamheden hadden verricht waarvoor een s&o-verklaring was afgegeven.
De bv stelde vervolgens dat de s&o-rechten voor overgang vatbaar zouden zijn. Dat wees het College af. Een s&o-verklaring is gerelateerd aan het kennis- en ervaringsniveau van de inhoudingsplichtige. Een zodanige overgang van rechten past volgens het College dan ook niet in het systeem van de Wet afdrachtvermindering loonbelasting. Naar het oordeel van het College ligt dat niet anders in het geval - als dat van de bv - de werknemers van een voormalige inhoudingsplichtige overgaan naar een nieuwe. Het College verklaarde daarop het beroep van de bv ongegrond.
Opmerking
Het wetsvoorstel Belastingplan 2010 bevat onder meer een wijziging van de s&o-regeling. Het maximumbedrag van het totale s&o-loon waarop een werkgever de eerste tariefschijf van 50% afdrachtvermindering loonbelasting mag toepassen, wordt in 2010 tijdelijk verhoogd van € 150.000 tot € 220.000.
Bron: College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11-8-2009, nr. 07/919 (gepubliceerd 8-9-2009).