Fiscale en socialezekerheidspositie directeur-grootaandeelhouder

27 mei 2009

Samenvatting

Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën een notitie aan de Tweede Kamer gestuurd met zijn visie op de fiscale positie van de directeur-grootaandeelhouder (dga). Op fiscaal gebied en voor de sociale verzekeringen gelden verschillende regelingen voor dga’s. In de notitie gaat de staatssecretaris in op de belangrijkste knelpunten die in de praktijk zijn gesignaleerd en kondigt hij een aantal maatregelen aan om de fiscale positie van de dga te verduidelijken.

Volledig artikel

Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën een notitie aan de Tweede Kamer gestuurd met zijn visie op de fiscale positie van de directeur-grootaandeelhouder (dga). Op fiscaal gebied en voor de sociale verzekeringen gelden verschillende regelingen voor dga’s. In de notitie gaat de staatssecretaris in op de belangrijkste knelpunten die in de praktijk zijn gesignaleerd en kondigt hij een aantal maatregelen aan om de fiscale positie van de dga te verduidelijken.

De dga wordt voor de loonbelasting geacht in dienstbetrekking te staan tot de bv en is verplicht het zogenoemde gebruikelijk loon van (in beginsel) minimaal € 40.000 per jaar te ontvangen. Een bezwaar dat vaak naar voren wordt gebracht, is dat de gebruikelijkloonregeling tot onevenredig zware administratieve lasten leidt als het gebruikelijk loon erg laag is. Ten behoeve van de gebruikelijkloonregeling moet een loonadministratie worden opgezet en moet iedere maand aangifte loonheffingen worden gedaan, terwijl de dga in sommige gevallen nauwelijks werkzaamheden verricht voor zijn vennootschap (bijvoorbeeld bij een beleggings-bv). Om aan dit bezwaar tegemoet te komen, wordt binnen de sfeer van de loonbelasting voorgesteld dat de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing is als het gebruikelijk loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar. In deze gevallen zou dan geen loonadministratie hoeven te worden opgezet. De staatssecretaris heeft aangegeven dat dit voorstel waarschijnlijk wordt opgenomen in het Belastingplan 2010.
 
De dga is in beginsel uitgezonderd van de werknemersverzekeringen. Als uitgangspunt daarbij geldt dat de dga als statutair bestuurder, al dan niet met zijn/haar echtgeno(o)t(e), houder is van een zodanig aantal aandelen dat hij/zij een door de algemene vergadering van aandeelhouders voorgesteld ontslag kan tegenhouden. Het begrip dga voor de werknemersverzekeringen wijkt daarmee aanzienlijk af van het fiscale begrip. Uit het oogpunt van eenvoud en duidelijkheid stelt de staatssecretaris dat het aantrekkelijk zou zijn als voor alle regelingen eenzelfde toetsing geldt voor het begrip dga, namelijk een aandelenbezit van 10% van het geplaatste aandelenkapitaal. Het kabinet overweegt om een dergelijke wijziging van het begrip dga voor de werknemersverzekeringen in te voeren. Omdat een dergelijke wijziging voor een aantal dga’s met zich zal brengen dat zij niet langer verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen – wat in de huidige economische situatie als onwenselijk wordt ervaren – zal de invoering hiervan op een later moment geschieden, bijvoorbeeld in 2011, zo geeft de staatssecretaris aan.
 
Bron: Ministerie van Financiën, 29-4-2009, nr. DGB 2009/210U.