Samenvatting
Rechtbank Breda heeft beslist dat buitenlandse belastingplichtigen ook een verklaring arbeidsrelatie (VAR) bij de belastingdienst kunnen aanvragen. De VAR is met name bedoeld om aan opdrachtgevers duidelijkheid te geven of zij over de vergoeding aan de opdrachtnemer loonbelasting/premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen moeten inhouden en afdragen. De rechtbank gaf daarbij wel aan dat door middel van de VAR formeel geen uitspraak wordt gedaan over de vraag of de heffing over de inkomsten van de aanvrager moet worden toegerekend aan het buitenland of aan Nederland.
Volledig artikelIn bepaalde situaties is het niet op voorhand aan te geven welke fiscale status een bepaalde arbeidsverhouding heeft. Op grond van een door de inspecteur afgegeven verklaring arbeidsrelatie (VAR) kan een opdrachtgever zekerheid krijgen over de kwalificatie van de werkzaamheden van de opdrachtnemer voor de heffing van de loonbelasting en premies sociale verzekeringen. Op 25 augustus 2006 hebben we bericht gepubliceerd over de beleidsregels die de belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) hiervoor hanteren. Er zijn vier soorten verklaringen arbeidsrelatie, te weten:
Uitsluitend de VAR-winst en de VAR-dga bieden de opdrachtgever volledige zekerheid met betrekking tot de kwalificatie van de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Mocht een VAR-winst of een VAR-dga zijn afgegeven, dan hoeft de opdrachtgever met betrekking tot de werkzaamheden van de opdrachtnemer geen loonheffing en premies sociale verzekeringen in te houden en af te dragen. De opdrachtgever is wel verplicht de opdrachtnemer te identificeren. Een VAR-loon en VAR-row bieden de opdrachtgever geen complete zekerheid. In principe dient de opdrachtgever in beide gevallen loonheffing en premies sociale verzekeringen in te houden en af te dragen indien sprake is van een dienstbetrekking. Echter, de opdrachtgever zal in deze gevallen steeds zelf moeten vaststellen of sprake is van een dienstbetrekking.
Rechtbank Breda heeft onlangs beslist dat buitenlandse belastingplichtigen ook een VAR bij de belastingdienst kunnen aanvragen. De procedure betrof een in België woonachtige ziekenverzorgster van wie alle klanten in Nederland woonden. De ziekenverzorgster vroeg voor 2009 een VAR-winst aan. Voor 2008 beschikte zij ook over een VAR-winst en er waren geen wijzigingen ten opzichte van het jaar 2008 opgetreden. De ziekenverzorgster huurde in 2008 in het huis van haar schoonmoeder in Nederland een kamer waarin zij een deel van de administratieve werkzaamheden verrichtte en die ook als uitvalsbasis fungeerde om haar klanten te bezoeken. De belastingdienst weigerde echter om een VAR af te geven. Reden hiervoor was dat de kamer in Nederland niet als vaste inrichting zou kwalificeren, zodat de ziekenverzorgster geen in Nederland te belasten winst behaalde. De zaak kwam voor Rechtbank Breda.
De rechtbank constateerde dat naar de letter van de wet geen recht bestaat op een VAR. Zoals gebruikelijk onderzoekt de rechter dan of er reden is om van de letterlijke uitleg af te wijken. De rechtbank leidde uit de wetsgeschiedenis van de VAR-regeling af dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om ook in gevallen als die van de ziekenverzorgster een verklaring af te geven over de aard van de arbeidsrelatie. De VAR is met name bedoeld om aan opdrachtgevers duidelijkheid te geven of zij over de vergoeding aan de opdrachtnemer loonbelasting/premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen moeten inhouden en afdragen. De rechtbank gaf daarbij aan dat door middel van de VAR formeel geen uitspraak wordt gedaan over de vraag of de heffing over de inkomsten van de aanvrager moet worden toegerekend aan het buitenland of aan Nederland. De VAR kan daarover zelfs een voorbehoud bevatten waardoor wordt voorkomen dat de inspecteur mogelijk vertrouwen wekt over die toerekening.
De rechtbank verklaarde het beroep van de ziekenverzorgster gegrond en droeg de inspecteur op om alsnog een VAR voor 2009 af te geven.
Opmerking
Staatssecretaris De Jager van Financiën en minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben op 29 april 2009 enige (onderzoeks)voorstellen voor administratieve lastenverlichting bij bepaalde vormen van incidentele arbeid in een brief aan de Tweede Kamer genoemd. Daarbij noemden zij ook de vereenvoudiging van de VAR-systematiek. Er bestaan nu vier verschillende VAR’s, waarvan twee zonder rechtsgevolgen. Dat blijkt in de praktijk verwarring op te leveren. De mogelijkheid wordt verkend om de vier VAR’s te vervangen door één VAR die uitsluitsel geeft over inhoudings- en verzekeringsplicht.
Bron: Rechtbank Breda, 22-7-2009, nr. 09/673 (gepubliceerd 7-8-2009).