Geen verzekeringsplichtige arbeidsverhouding voor 45%-aandeelhouder/bestuurder

29 mei 2009

Samenvatting

Rechtbank Maastricht heeft in een feitelijke procedure beslist dat een bestuurder van een bv die via een persoonlijke houdstervennootschap 45% van de aandelen in die bv bezat, toch niet in een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding werkzaam was. De overige aandelen waren in handen van de persoonlijke houdstervennootschap van de andere bestuurder. De rechtbank stelde vast dat beide bestuurders onafhankelijk van elkaar hetzelfde werk deden op gelijkwaardige basis, zonder dat sprake was van aanwijzingen. Verder bleek dat de onderneming van de bv zeer kleinschalig was en dat deze feitelijk slechts op twee poten stond: de beide bestuurders. Bij uitval van een van de twee kon de onderneming zonder vervanging van buitenaf niet draaiende worden gehouden. Deze omstandigheden maakte het volgens de rechtbank zeer onwaarschijnlijk dat sprake was van een feitelijke gezagsverhouding tussen de bv en de “45%-bestuurder”. Ook in het feit dat de bestuurders per 1 januari 2006 zeer snel waren overgegaan op een 50% aandelenverhouding voor beiden, zag de rechtbank een aanknopingspunt voor zijn oordeel. De rechtbank vernietigde daarop de door het Uwv aan de bv opgelegde correctienota’s (premies werknemersverzekeringen) en boetenota’s over de jaren 2002 tot en met 2005.

Volledig artikel

Een directeur-aandeelhouder van een vennootschap (hierna bv) is verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen als in zijn arbeidsverhouding tot de bv een gezagsrelatie aanwezig is. Een gezagsrelatie wordt niet aanwezig geacht als de directeur niet tegen zijn wil kan worden ontslagen. Hij kan bijvoorbeeld door zijn aandelenbezit zijn ontslag in de algemene vergadering van aandeelhouders blokkeren.
 
Rechtbank Maastricht heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vraag of een bestuurder van een bv die via een persoonlijke houdstervennootschap 45% van de aandelen in die bv bezat in een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding werkzaam was. De zaak was -verkort weergegeven- als volgt.
 
Een bv hield zich bezig met het verstrekken van weersvoorspellingen aan onder meer de regionale televisie, radio en regionale dagbladen. De bv had twee bestuurders die via hun persoonlijke houdstervennootschappen 55% respectievelijk 45% van de aandelen in de bv bezaten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verrichtte in 2007 een boekenonderzoek bij de bv. Daarbij stuitte het Uwv op de 55%-45% aandelenverhouding en stelde zich op het standpunt dat de 45%-bestuurder in dienstbetrekking werkzaam was omdat hij op basis van zijn aandelenbezit geen doorslaggevende stem had in de aandeelhoudersvergadering en tegen zijn wil kon worden ontslagen. Het Uwv legde de bv daarop correctienota’s (premies werknemersverzekeringen) en boetenota’s op over de jaren 2002 tot en met 2005.
 
De bv maakte daartegen bezwaar en wees op een overkoepelende akte, waarin de bestuurders een clausule hadden opgenomen dat voor besluiten over ontslag van werknemers unanieme goedkeuring vereist was. Daardoor zou de 45%-bestuurder niet tegen zijn wil ontslagen kunnen worden. De zaak kwam voor Rechtbank Maastricht.
 
Deze stelde vast dat niet in geschil was dat aan de eerste twee vereisten voor een privaatrechtelijk dienstbetrekking -het persoonlijk verrichten van arbeid en het ontvangen van loon- was voldaan. Alleen over het derde vereiste -het bestaan van een gezagsverhouding- waren partijen het niet over eens. De rechtbank stelde voorop dat voor de vraag of sprake is van een verzekeringsplichtige dienstbetrekking in de zin van de werknemersverzekeringen (WW, ZW en de WAO) tussen de bv en de directeur-grootaandeelhouder afhankelijk is van alle relevante feiten en omstandigheden. Aan de ene kant is de juridische vormgeving van de rechtsverhouding (o.a. statuten van de vennootschap) van belang. Ook de eigendomsverhoudingen van de aandelen in een vennootschap zijn daarbij van belang. Als deze zodanig is dat een bepaalde (rechts)persoon een overheersende invloed kan uitoefenen, onder meer door een bestuurder of werknemer te ontslaan of van zijn taak te ontheffen, kan dat een belangrijke aanwijzing zijn voor het bestaan van een gezagsverhouding. Aan de andere kant kan uit alle feiten en omstandigheden blijken dat sprake is van het gezamenlijk drijven van een onderneming, ook in situaties waarin niet alle betrokkenen volledig of nagenoeg volledig gelijk deelnemen in het aandelen kapitaal.
 
De rechtbank stelde vast dat de overkoepelende akte in strijd was enige bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek. Deze was daarom van geen betekenis. Feitelijk zou het mogelijk zijn dat de 45%-bestuurder tegen zijn wil zou worden ontslagen. Maar dit was nog niet doorslaggevend voor het aannemen van een gezagsverhouding. Ook andere feiten en omstandigheden van het onderhavige geval waren van belang. Zo bleek dat beide bestuurders onafhankelijk van elkaar hetzelfde werk deden op gelijkwaardige basis, zonder dat sprake was van aanwijzingen. Verder bleek dat de onderneming van de bv zeer kleinschalig was en dat deze feitelijk op slechts twee poten stond: de beide bestuurders. Bij uitval van een van de twee kon de onderneming zonder vervanging van buitenaf niet draaiende worden gehouden.
 
Deze omstandigheden maakte het volgens de rechtbank zeer onwaarschijnlijk dat sprake was van een fe itelijke gezagsverhouding tussen de bv en de 45%-bestuurder. Ook in het feit dat de bestuurders per 1 januari 2006 zeer snel waren overgegaan op een 50% aandelenverhouding voor beiden, zag de rechtbank een aanknopingspunt voor zijn oordeel. De rechtbank vernietigde daarop de door het Uwv aan de bv opgelegde correctienota’s en boetenota’s.
 
Opmerking
Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën een notitie aan de Tweede Kamer gestuurd met zijn visie op de fiscale positie van de directeur-grootaandeelhouder (dga). Op fiscaal gebied en voor de sociale verzekeringen gelden verschillende regelingen voor dga’s. In de notitie gaat de staatssecretaris in op de belangrijkste knelpunten die in de praktijk zijn gesignaleerd en kondigt hij een aantal maatregelen aan om de fiscale positie van de dga te verduidelijken. Meer informatie hierover is te vinden in ons nieuwsbericht van 27 mei jongstleden.

Bron: Rechtbank Maastricht, 11-5-2009, nr. 07/2192 t/m 07/2199 (gepubliceerd 20-5-2009).