Op 29 oktober 2009 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) arrest gewezen in de zaak AB SKF. Dit arrest is van groot belang voor ondernemingen die kosten maken voor de (voorgenomen) overdracht van aandelen in een dochtervennootschap. Op grond van dit arrest kunnen zij de btw op dergelijke kosten in veel gevallen geheel of gedeeltelijk van de fiscus terugkrijgen. Bij het vaststellen van de verkoopprijs van de aandelen dient – nog meer dan voorheen – rekening te worden gehouden met de heffing van btw. Is de kopende partij buiten de Europese Unie gevestigd, dan is het in het algemeen raadzaam de kosten met betrekking tot de overdracht zichtbaar in de prijs van de aandelen te verdisconteren.
Op 29 oktober 2009 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) arrest gewezen in de zaak AB SKF. Dit arrest is van groot belang voor ondernemingen die kosten maken voor de (voorgenomen) overdracht van aandelen in een dochtervennootschap. Op grond van dit arrest kunnen zij de btw op dergelijke kosten in veel gevallen geheel of gedeeltelijk van de fiscus terugkrijgen.
De casus
In deze zaak ging het om een Zweedse houdstervennootschap (AB SKF) die zich actief en tegen vergoeding moeide in het beheer van een dochtervennootschap. Voor de btw was AB SKF om die reden een ondernemer. Zij wilde alle aandelen van de dochtervennootschap overdragen aan een derde partij. In het kader van die overdracht zou AB SKF kosten (van taxateurs, adviseurs, etc.) maken, waarop btw zou drukken. AB SKF wilde via een zogenoemde prealabele procedure vooraf de zekerheid verkrijgen dat zij die btw van de fiscus zou terugkrijgen, dus in aftrek zou kunnen brengen. De Zweedse fiscus meende echter dat dergelijke kosten betrekking hebben op een vrijgestelde verkoop van de aandelen en dat de btw op die kosten daarom niet voor aftrek in aanmerking komt. De Zweedse rechter die uiteindelijk in dit geschil moest oordelen, legde de vraag voor aan het HvJ EG. Hierna worden de gevolgen van de beslissing van het HvJ EG op een rij gezet.
Gevolgen van de beslissing
- Een tegen vergoeding moeiende houdstervennootschap, die alle aandelen in een 100%-dochtervennootschap overdraagt aan een derde, verricht daarmee een economische activiteit.
- Een dergelijke overdracht van aandelen is vrijgesteld van btw (art. 135, lid 1, onderdeel f, Btw-richtlijn).
- Als de kosten met betrekking tot de overdracht zijn opgenomen in de prijs van de aandelen, is de btw op die kosten niet aftrekbaar, tenzij de overnemende partij buiten de Europese Unie is gevestigd.
- Als de kosten niet zijn opgenomen in de prijs van de aandelen, is de btw op die kosten in beginsel pro rata aftrekbaar, mits de kosten zijn opgenomen in de prijzen van de prestaties die de overdrager normaliter verricht.
- De verkoop van alle aandelen in een 100%-dochtervennootschap valt onder omstandigheden aan te merken als een niet aan de heffing van btw onderworpen “overdracht van een onderneming”.
- Het bovenstaande is niet anders indien de aandelenoverdracht in fasen plaatsvindt.
Belang voor de praktijk
- Als de overnemende partij in de Europese Unie is gevestigd, is de btw op kosten met betrekking tot de overdracht van aandelen, niet aftrekbaar, indien die kosten zijn opgenomen in de prijs van de aandelen. Dit is een wijziging ten opzichte van de huidige situatie. Op grond van beleid van de staatssecretaris van Financiën kan echter, tot het moment waarop dat beleid wordt ingetrokken, de btw op de kosten in deze gevallen nog pro rata in aftrek worden gebracht.
- Is de overnemende partij buiten de Europese Unie gevestigd, dan is de btw op kosten met betrekking tot de overdracht van aandelen volledig aftrekbaar, indien die kosten zijn opgenomen in de prijs van de aandelen. Is de overdracht van aandelen aan te merken als de overdracht van een onderneming, dan bestaat in beginsel een pro rata recht op aftrek.
- Ongeacht of de overnemende partij binnen of buiten de Europese Unie is gevestigd, is – net als voorheen – de btw op kosten met betrekking tot de overdracht in beginsel pro rata aftrekbaar, indien die kosten niet zijn opgenomen in de prijs van de aandelen, maar wel zijn opgenomen in de prijzen van de prestaties die de overdrager normaliter verricht.
- Bij het vaststellen van de verkoopprijs van de aandelen dient – nog meer dan voorheen – rekening te worden gehouden met de heffing van btw. Is de kopende partij buiten de Europese Unie gevestigd, dan is het in het algemeen raadzaam om de kosten met betrekking tot de overdracht zichtbaar in de prijs van de aandelen te verdisconteren.
Bron: HvJ EG, 29-10-2009, C-29/08 (AB SKF).